Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 10

Bijdragen deelnemende gemeenten

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Groene Hart Rekenkamer

1.. De raden stellen, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden. 2.. De bijdrage van de deelnemende gemeente bedraagt minimaal € 1,- per inwoner. De bijdrage wordt als volgt berekend: het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari van het jaar daaraan voorafgaand, vermenigvuldigd met netto € 1,- per jaar. 3.. De minimale bijdrage wordt jaarlijks aangepast op basis van het consumentenprijsindexcijfer voor januari in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. 4.. De raden kunnen afwijken van het minimumbedrag per inwoner, waarbij dat bedrag ingezet wordt voor additioneel onderzoek voor de betreffende gemeente, zoals bedoeld in artikel 7, derde lid. 5.. Elke raad stelt voor een periode van één jaar de jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vast. Ten minste twee maanden voor afloop van de periode bedoeld in lid 2 stelt een raad opnieuw de jaarlijkse bijdrage vast. 6.. Indien het budget niet volledig wordt besteed, blijft het resterende budget, na instemming van de programmaraad, beschikbaar voor de rekenkamer tot een maximum van 15% van het jaarbudget. Het meerdere wordt elk jaar naar evenredigheid teruggestort op de rekening van de gemeenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel