Participatieladder
De participatieladder is een hulpmiddel om te bepalen op welk niveau de omgeving wordt betrokken.
Er zijn verschillenden niveaus van participatie. Van informeren tot coproduceren. Aan de hand van het gekozen niveau kan er een gepaste participatie werkvorm worden gekozen.
Omgevingsvisie: coproduceren
Omgevingsprogramma: raadplegen
Omgevingsplan: raadplegen
Omgevingsvergunning (binnenplans): informeren
Omgevingsvergunning (buitenplans): raadplegen
Deze participatieniveaus zijn indicatief; waar noodzakelijk vanuit het maatschappelijk belang zijn afwijkende participatieniveaus mogelijk.
Omgevingsvisie
Voor het opstellen van de Omgevingsvisie (of het wijzigen van de Omgevingsvisie) is gekozen voor het niveau van coproduceren. Partijen worden actief betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie. Dit gebeurt aan de hand van een vooraf opgesteld communicatieplan.
Hierin wordt tenminste aangegeven:
Hoe inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken;
Op welke momenten zij worden betrokken in het proces;
Op welke wijze deze groepen worden geïnformeerd.
In het verslag van het participatietraject wordt aangegeven wat er met de resultaten is gedaan.
Het verslag is onderdeel van de Omgevingsvisie.
Omgevingsprogramma
Voor omgevingsprogramma’s is gekozen voor het niveau raadplegen. Dit betekent dat stakeholders worden geraadpleegd over een al (grotendeels) ingevuld beleidsprogramma. Ketenpartners worden indien nodig om advies gevraagd.
Dit gebeurt aan de hand van een vooraf opgesteld participatieplan.
Hierin wordt tenminste aangegeven:
Wie (welke inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties) worden betrokken;
Waarover zij worden geraadpleegd
Op welk moment of momenten zij worden betrokken in het proces;
Op welke wijze worden zij worden geïnformeerd.
In het verslag van het participatietraject wordt aangegeven wat er met de resultaten is gedaan. Het verslag is onderdeel van de motivering van het besluit.
Omgevingsplan
Voor het wijzigen van het omgevingsplan is gekozen voor het niveau raadplegen. Ketenpartners worden indien nodig om advies gevraagd.
Voor de wijziging van het omgevingsplan is een kennisgeving verplicht. In de kennisgeving wordt aangegeven:
Wie worden betrokken
Waarover men heeft gesproken en hoe de initiatiefnemer de inbreng van de omgeving heeft meegenomen en duidelijk aan te geven waar en waarom welke keuzes gemaakt zijn
Wanneer men wordt betrokken in het proces
Wat de rol is van het bevoegd gezag en van de initiatiefnemer
Waar aanvullende informatie te vinden of beschikbaar is
Dit betekent dat vooraf moet worden nagedacht over participatie. Initiatiefnemer stelt een participatieplan op. In het verslag van het participatietraject wordt aangegeven wat er met de resultaten is gedaan. Het verslag is onderdeel van de toelichting van het omgevingsplan of wordt opgenomen als bijlage bij de toelichting.
Omgevingsvergunning
Concrete initiatieven die niet rechtstreeks passen in het omgevingsplan kunnen, behalve door een wijziging van het omgevingsplan, soms planologisch worden geregeld middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).
Op 2 mei 2023 heeft de raad besloten in welke gevallen participatie bij een Bopa verplicht is. Het besluit is te vinden op de website Officiële bekendmakingen onder de volgende link Gemeenteblad 2023, 308063 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien welke belanghebbende zijn betrokken en wat de resultaten zijn van de participatie. Een verslag van de omgevingsdialoog is onderdeel van de aanvraag.
Als de aanvrager bij deze categorieën niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Eerst moet het college de aanvrager de gelegenheid geven het gebrek te herstellen (artikel 4:5, Algemene wet bestuursrecht). Of er sprake is van onvoldoende of voldoende participatie hangt af van de specifieke kenmerken van het project of activiteit en de omgeving. De participatie-inspanning van de aanvrager moet in verhouding zijn met de impact op de omgeving van de aangevraagde activiteit.
Bij concrete initiatieven is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. De rol van initiatiefnemer kan vervuld worden door inwoners, bedrijven, organisaties, commerciële ontwikkelaars of de gemeente zelf.
De gemeente schrijft niet voor hoe participatie moet, maar doet suggesties over welke werkvormen gebruikt kunnen worden voor een optimaal resultaat.
Hiervoor zijn verschillende participatiewijzers en andere tools opgesteld. Deze zijn beschikbaar op de website en/of kunnen door de behandelaar worden meegegeven.
Artikel 7.
Werkwijze
Onderdeel van Beleidsnota Participatie bij ruimtelijke plannen Land van Cuijk 2024