Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.

Artikel 2.3.2.

Het bestaand handhavingsbeleid in een notendop

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2024 Tytsjerksteradiel

Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen willen een veilige, leefbare en duurzame omgeving behouden en daar waar nodig versterken. Goed toezicht op naleving van regels en zo nodig handhavend optreden is een instrument om dit doel te bereiken. Het doel van handhaving is te bevorderen dat regels worden nageleefd, maar ook om geconstateerde overtredingen te laten stoppen en de gevolgen hiervan ongedaan te (laten) maken. Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Dit geldt ook zeker in het VTH-domein. Inwoners zullen nooit 100% voldoen aan de regels. Redenen die hiervoor vaak worden aangewend zijn o.a. onwetendheid en een gebrek aan inzicht in de consequenties van eigen handelen. Preventieve maatregelen kunnen helpen in het verbeteren van het naleefgedrag. Wij kiezen ervoor om dit als volgt richting te geven: Herkenbaarheid van toezicht en handhaving; Informeren/voorlichting geven; Overbrengen boodschap; Preventief controleren (waar de capaciteit dat toelaat); Repressief toezicht; Publicatie van sanctiebesluiten. Er wordt bij het laten stoppen van overtredingen oplossingsgericht gewerkt. Als het nodig is wordt handhavend opgetreden. Meetbare doelen Gestreefd moet worden naar meetbare en realistische doelen. Het streven naar een veilige, leefbare en duurzame omgeving is een subjectief doel. Wanneer is dit doel bereikt; als 100% van de bevolking dat vindt? En hoe meet je dat? Bovendien zijn er meer factoren die invloed hebben op de omgeving en op de veiligheid en leefbaarheid daarvan. De aandacht wordt gericht op het toezicht op de naleving van voorschriften vooral op potentiële overtreders (de grootste naleefrisico’s). Zo zullen er bij vergunningssoort c.q. bedrijven waar een slecht naleefgedrag wordt gemeten, vaker en meer controles plaatsvinden dan bij die waar de regels wel goed worden nageleefd. Goed naleefgedrag wordt daarbij dus ook “beloond”. Deze werkwijze stimuleert goed naleefgedrag, bovendien wordt de beschikbare handhavingscapaciteit efficiënter ingezet. Omdat de aandacht voornamelijk uitgaat naar potentiële overtreders, is het niet naleven in verhouding tot wel naleven niet in absolute cijfers uit te drukken. Wel is een trend te meten. Een eerdere overtreder die bij een volgende controle wel aan alle voorschriften voldoet kan worden gezien als “winst”. Ook zal een verbetering van het naleefgedrag logischerwijs leiden tot minder klachten en meldingen. Om inzicht te krijgen in het naleefgedrag wordt nauwkeurig geregistreerd waarop toezicht wordt uitgeoefend en welke handhavingsacties zijn gevoerd. De verhouding naleving/niet-naleving wordt uitgedrukt in een naleefscore. (Meetbaar) doel is deze naleefscore te laten stijgen en hier de aandacht te verleggen naar die onderdelen waar de naleefscore niet stijgt of zelfs daalt. Een logisch doel van dit handhavingsprogramma is dat alle hierin genoemde activiteiten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit wordt gemeten en verantwoord in het jaarverslag 2024 (begin 2025). Prioriteiten (WAT) Overal op controleren is niet reëel. Er moeten keuzes worden gemaakt over waarvoor de beschikbare capaciteit wordt ingezet. De activiteiten/overtredingen die een bedreiging vormen voor het algemene doel om een veilige, leefbare en duurzame omgeving te willen behouden of te creëren, worden met voorrang behandeld ten opzichte van activiteiten/overtredingen die hier minder invloed op hebben. Ook het doel om het naleefgedrag te verbeteren leidt tot een verschuiving van aandacht. Zoals hiervoor genoemd, worden bij bedrijfscontroles eerdere overtreders vaker bezocht dan bedrijven die de zaken goed op orde hebben. Voor een duidelijk en weloverwogen handhavingsbeleid is prioriteitsstelling noodzakelijk, zodat de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk kan worden ingezet. Onder prioriteren verstaan wij het volgende: met een vaste methodiek bepalen op welke activiteiten wij de meeste nadruk leggen en op welke activiteiten minder (lees: uren inzet). Meer specifiek koppelen we activiteiten in het VTH-domein aan een score. Activiteiten met een hoge score krijgen de meeste aandacht en worden, in beginsel, altijd opgepakt. Het prioriteren wordt gedaan op basis van een risicoanalyse. De risicoanalyse is gebaseerd op een landelijk veelgebruikt model. Dit model heeft de volgende definitie: Risico = kans op overtreding x effect Hierbij verstaan we onder kans: de kans waarop de regels worden overtreden. Onder effect verstaan we: de mate van ongewenste gevolgen bij het overtreden van de regels. De uitkomst van de risicoanalyse bepaalt op welke wijze wij de zaak m.b.t. de desbetreffende activiteit uitvoeren. De vier uitkomsten zijn: Lage prioriteit – klachten worden alleen opgepakt indien er formatie beschikbaar is, periodieke controles worden alleen steekproefsgewijs gepland. Midden prioriteit - klachten worden opgepakt, periodieke controles worden gepland.17 Hoge prioriteit - klachten worden direct opgepakt, periodieke controles worden gepland waarbij er minimaal eens in de 1 tot 3 jaar een controle plaatsvindt. Top prioriteit - klachten worden met hoge urgentie opgepakt, periodieke controles worden minimaal jaarlijks gepland. In Bijlage 1 wordt de risicoanalyse weergegeven. Handhavingsstrategie (HOE) Als een overtreding wordt geconstateerd, dan moet deze worden beëindigd. In de aanpak van overtredingen zal door de toezichthouders oplossingsgericht te werk worden gegaan. Is, om wat voor reden dan ook, een milde oplossing niet mogelijk/gewenst dan wordt binnen de gestelde prioriteiten handhavend opgetreden. Om willekeur te voorkomen wordt volgens een vaste handhavingsstrategie opgetreden. Deze is verwoord in paragraaf 5.4 van het VTH-beleidsplan. De keuze van welk handhavingsmiddel wordt ingezet en welke strategie wordt toegepast, is verwoord in de interventiematrix. Deze interventiematrix is opgenomen in Bijlage 2. Deze interventiestrategie is in zijn algemeenheid overeenkomstig de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Naleefscore Per onderdeel (zoals bijvoorbeeld kapvergunningen, sloopvergunningen en milieucontroles bij bedrijven) wordt bijgehouden wat het percentage goede naleving is. Is dit percentage gedurende 2 achtereenvolgende jaren hoger dan 85% dan wordt de controle-intensiteit (hoe vaak en hoe veel controleer je) in principe naar beneden gebracht. De controlefrequentie zal nooit onder de 10% mogen liggen. Andersom, als de naleefscore 2 jaren achtereen onder de 50% ligt dan zal de controle-intensiteit indien mogelijk worden verhoogd. In paragraaf 3.4. wordt per onderdeel rekening gehouden met deze regel. Als de controlefrequentie wijzigt ten opzichte van vorig jaar/voorgaande jaren, dan wordt dit hier benoemd.

Rechtspraak bij dit artikel