Naar hoofdinhoud
De graven worden uitgegeven door burgemeester en wethouders, in de door hen te bepalen volgorde, aan natuurlijke of rechtspersonen, die daartoe een aanvraag hebben ingediend. Uitgifte vindt plaats na het overlijden van de te begraven persoon. Alsdan kan een tweede graf worden uitgegeven ten behoeve van een nabestaande, waaronder begrepen een huisgenoot van de overledene. Indien geen der nabestaanden een tweede graf wenst te reserveren, wordt de overledene bij voorrang begraven in een graf in één laag. De uitgifte houdt in de verlening van het recht aan de verkrijger (hierna te noemen "de rechthebbende") om, met uitsluiting van anderen, in het desbetreffende graf te doen begraven (hierna te noemen "grafrecht"). Zij geschiedt voor de duur van twintig jaren, met het recht de termijn met telkens tien jaren te verlengen. Het grafrecht wordt geacht te zijn verleend onder de voorwaarden welke overigens, nu of later, door de gemeenteraad bij verordening worden gesteld. Het grafrecht kan na sluiting van de begraafplaats niet worden verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel