Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:
particuliere graven en particuliere urnengraven;
particuliere urnennissen.
Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden
bijgezet in de particuliere graven. Het college bepaalt tevens
de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De
uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn
vastgesteld in de wet.
Bestaande graven met een uitsluitend recht die voorheen zijn
uitgegeven voor onbepaalde tijd, blijven bestaan tot het moment
dat de betreffende begraafplaats wordt opgeheven, tenzij de
rechthebbende eerder afstand doet van het grafrecht.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 11.
Indeling particuliere graven en asbezorging
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen