Het voornemen van het college om een algemeen graf (bovengronds
en ondergronds) te ruimen wordt voorafgaande aan het tijdstip
waarop het graf geruimd zal worden, per brief aan de
belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de
belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen
tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar
voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een
bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de
begraafplaats op het mededelingenbord bekend.
De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van
het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde
respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats
niet met menselijke resten worden geconfronteerd.
De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).
Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen
graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij
de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke
resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of
voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene
waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een
algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om
deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing
elders.
De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder
een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen
om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel
om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De
rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere
urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter
beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te
doen verstrooien.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 25.
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen