De opsporing van de in artikel 12 strafbaar gestelde feiten is, behalve aan
de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders
met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.