In elke individuele situatie moet worden beoordeeld of deze voorziening toereikend en passend is. Is dat niet of deels het geval, dan wordt gekeken naar een andere oplossing. Indien de cliënt geen gebruik wenst te maken van een voorliggende voorziening, kan dat niet tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening leiden. Of de cliënt dan daadwerkelijk de betreffende voorziening zal gaan gebruiken behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt.
Het college mag een maatwerkvoorziening weigeren indien de cliënt een aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg ingevolge de Wet langdurige zorg. Het is zelfs mogelijk te weigeren indien er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande (artikel 2.3.5 lid 6 van de wet).
Hierbij kan onder andere gedacht worden aan:
Zittend ziekenvervoer op grond van de Zorgverzekeringswet;
Hulpmiddelen op grond van de Zorgverzekeringswet;
Indicatie op grond van de Wet Langdurige Zorg
Vanuit de UWV en de werkgever kan er aanspraak gedaan worden op hulpmiddelen in de werksituatie en voor vervoer van en naar het werk.
Persoonlijke verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 3.3.5
Voorzieningen o.b.v. andere wetten
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning 2022-2023 Gemeente Stein