1.
Bij de melding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van
deze verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval
de volgende gegevens:
a.
naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene
die de kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert
of exploiteert.
b.
een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct
met kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van
het aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;
c.
een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf
in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van
aanvang, beëindiging en de aard van de
werkzaamheden;
d.
een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:
1e een opgave van het gewenste tracé met daarbij
duidelijke (digitale) tekeningen en daarop aangegeven
wat de te verbinden locaties zijn;
2e een opgave van de objecten die ten tijde van de
werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste
situering daarvan;
3e een omschrijving van de opbrekingen van de
verharding;
4ede doorsnede van de kabel en indien van toepassing de
kabelgoot;
5e de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke)
of bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning
noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen
daarvan;
6e naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de
contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast
zijn met de werkzaamheden en van een door hen aangewezen
contactpersoon die ten tijde van de uitvoering van de
werkzaamheden vierentwintig uur per dag bereikbaar is in
verband met mogelijke calamiteiten;
7e de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de
openbare grond aanwezige kabels en leidingen
waarborgen;
8e de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de
nabijheid van de uit te voeren werkzaamheden;
9e alle overige van belang zijnde feiten en
omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3
van de wet genoemde belangen;
2.
Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens
die bij de melding worden verstrekt alsook over de wijze
waarop deze gegevens worden verstrekt.