Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Het tegengaan van benadeling van de melder en onderzoek naar benadeling

Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand Gouda

1.. De functionaris bij wie de melder zijn melding gedaan heeft, bespreekt samen met de melder welke risico’s op benadeling aanwezig zijn, op welke wijze die risico’s kunnen worden verminderd en wat de werknemer kan doen als hij van mening is dat sprake is van benadeling. 2.. Als de melder vindt dat er daadwerkelijk sprake is van benadeling, kan hij dat bespreken met de functionaris bij wie hij zijn melding gedaan heeft. Deze functionaris en de melder bespreken welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan en deze functionaris maakt een verslag van deze bespreking en stuurt dit na goedkeuring door de melder naar de werkgever, en/of de melder kan de werkgever verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er met hem wordt omgegaan, en/of de melder kan hierover advies inwinnen bij de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders, en/of de melder kan een bejegeningsonderzoek aanvragen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders. 3.. De melder, degene die hem bijstaat of een betrokken derde heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van de melding benadeeld wordt en aan de voorwaarden hiervoor voldoet. Dit geldt zowel tijdens als na de behandeling van de melding bij de werkgever of een bevoegde autoriteit. De kosten van juridische bijstand zijn voor rekening van de rechtszoekende. 4.. Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat en voor een betrokken derde. 5.. De werkgever zorgt ervoor dat maatregelen die nodig zijn om benadeling tegen te gaan worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel