Het wettelijk recht als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid van de
Wet ruimtelijke ordening wordt verhoogd en vastgesteld op €
500.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het wettelijk
recht als bedoeld in artikel 6.4 eerste lid van de Wet ruimtelijke
ordening uitsluitend ten behoeve van een aanvrager die blijkens de
aangifte inkomstenbelasting of andere bescheiden in het kalenderjaar
voorafgaand aan het indienen van de aanvraag een inkomen heeft
genoten ten bedrage van ten hoogste 120% van het wettelijk
minimumloon, verlaagd en vastgesteld op € 100.