Mits het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer
dan wel het vrijhouden van plaatsen, bestemd voor het voertuig van een
invalide, de verwijdering van dat voertuig noodzakelijk maakt, vindt
overbrengen en in bewaring stelling van dat voertuig plaats in het geval
dat:
het voertuig tot stilstand is gebracht waardoor gevaar of hinder op
de weg wordt veroorzaakt;
het voertuig tot stilstand is gebracht in strijd met een bevel of
aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegde en als zodanig
herkenbare ambtenaar;
het voertuig op meer dan twee wielen tot stilstand is gebracht en
een obstakel vormt dat voor andere bestuurders niet tijdig als
zodanig kan worden opgemerkt, zonder dat het voertuig is aangeduid
door een gevarendriehoek of knipperende waarschuwingslichten
voert;
de wagen buiten de bebouwde kom op de rijbaan, de aanhangwagen of
het motorvoertuig op meer dan twee wielen buiten de bebouwde kom op
de rijbaan, op langs autowegen of autosnelwegen gelegen
parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken of vluchthavens tot
stilstand is gebracht zonder dat de voorgeschreven verlichting wordt
gevoerd;
het voertuig tot stilstand is gebracht op de rijbaan van een autoweg
of autosnelweg of zonder noodzaak op de vluchtstrook, vluchthaven of
in de berm van een autoweg of autosnelweg;
het voertuig tot stilstand is gebracht in strijd met een bord model
E2 van de bijlage 1 van het RVV 1990;
het voertuig tot stilstand is gebracht;
in strijd met enig verbod op het trottoir, voetpad, fietspad
of ruiterpad;
op een kruispunt;
op een fietsstrook of op de rijbaan langs een
fietsstrook;
op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter
daarvan;
in een tunnel;
bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering
dan wel, indien die markering niet is aangebracht, op een
afstand van minder dan 12 meter van dat bord;
op busbanen, busstroken en op de rijbaan langs
busstroken;
langs een gele doorgetrokken streep;
op een verdrijvingsvlak;
nadat een voor dat voertuig geldend bord, aanduidend een
geslotenverklaring, is gepasseerd;
het voertuig dubbel is geparkeerd;
k. het voertuig is geparkeerd:
in strijd met enig verbod daartoe op een rijbaan, een
taxistandplaats, een invalidenparkeerplaats of een laad- en
loshaven;
bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter
daarvan;
voor een inrit of een uitrit;
buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een
voorrangsweg;
op een parkeerplaats voorzover het voertuig niet behoort tot
de categorie die is aangegeven, op een andere wijze dan is
aangegeven dan wel op andere dagen of uren dan zijn
aangegeven;
langs een gele onderbroken streep;
in een parkeerschijfzone, behalve op parkeerplaatsen die als
zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die voorzien zijn
van een blauwe streep;
in een parkeerschijfzone op plaatsen die voorzien zijn van
een blauwe streep indien het voertuig niet is voorzien van
een parkeerschijf waarop het tijdstip wordt aangegeven
waarop met parkeren is begonnen en de toegestane parkeerduur
nog niet is verstreken, voorzover het betreft een
motorvoertuig op meer dan twee wielen;
binnen een erf anders dan op als zodanig aangeduide of
aangegeven voor parkeren bestemde weggedeelten, voorzover
het betreft een motorvoertuig.