Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Artikel 1.

Onderdeel van Wegsleepregeling Heerenveen

Mits het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer dan wel het vrijhouden van plaatsen, bestemd voor het voertuig van een invalide, de verwijdering van dat voertuig noodzakelijk maakt, vindt overbrengen en in bewaring stelling van dat voertuig plaats in het geval dat: het voertuig tot stilstand is gebracht waardoor gevaar of hinder op de weg wordt veroorzaakt; het voertuig tot stilstand is gebracht in strijd met een bevel of aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegde en als zodanig herkenbare ambtenaar; het voertuig op meer dan twee wielen tot stilstand is gebracht en een obstakel vormt dat voor andere bestuurders niet tijdig als zodanig kan worden opgemerkt, zonder dat het voertuig is aangeduid door een gevarendriehoek of knipperende waarschuwingslichten voert; de wagen buiten de bebouwde kom op de rijbaan, de aanhangwagen of het motorvoertuig op meer dan twee wielen buiten de bebouwde kom op de rijbaan, op langs autowegen of autosnelwegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken of vluchthavens tot stilstand is gebracht zonder dat de voorgeschreven verlichting wordt gevoerd; het voertuig tot stilstand is gebracht op de rijbaan van een autoweg of autosnelweg of zonder noodzaak op de vluchtstrook, vluchthaven of in de berm van een autoweg of autosnelweg; het voertuig tot stilstand is gebracht in strijd met een bord model E2 van de bijlage 1 van het RVV 1990; het voertuig tot stilstand is gebracht; in strijd met enig verbod op het trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad; op een kruispunt; op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook; op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan; in een tunnel; bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van dat bord; op busbanen, busstroken en op de rijbaan langs busstroken; langs een gele doorgetrokken streep; op een verdrijvingsvlak; nadat een voor dat voertuig geldend bord, aanduidend een geslotenverklaring, is gepasseerd; het voertuig dubbel is geparkeerd; k. het voertuig is geparkeerd: in strijd met enig verbod daartoe op een rijbaan, een taxistandplaats, een invalidenparkeerplaats of een laad- en loshaven; bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan; voor een inrit of een uitrit; buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; op een parkeerplaats voorzover het voertuig niet behoort tot de categorie die is aangegeven, op een andere wijze dan is aangegeven dan wel op andere dagen of uren dan zijn aangegeven; langs een gele onderbroken streep; in een parkeerschijfzone, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of die voorzien zijn van een blauwe streep; in een parkeerschijfzone op plaatsen die voorzien zijn van een blauwe streep indien het voertuig niet is voorzien van een parkeerschijf waarop het tijdstip wordt aangegeven waarop met parkeren is begonnen en de toegestane parkeerduur nog niet is verstreken, voorzover het betreft een motorvoertuig op meer dan twee wielen; binnen een erf anders dan op als zodanig aangeduide of aangegeven voor parkeren bestemde weggedeelten, voorzover het betreft een motorvoertuig.

Rechtspraak bij dit artikel