Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Begrotingscriterium

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Maashorst

1.. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2.. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3.. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4.. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting op het niveau van een programma en investeringen (totaal gevoteerd bedrag) als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de onderstaande situaties: Begrotingsafwijkingen die passen binnen het vastgestelde beleid van de Raad en die niet tijdig konden worden gesignaleerd; Begrotingsafwijkingen waarover de Raad via aan raadsvoorstel, raadsinformatiebrief of op andere wijze is geïnformeerd; Begrotingswijzigingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde baten; Begrotingswijzigingen bij (subsidie) en/of openeindregelingen en die niet tijdig konden worden gesignaleerd; Begrotingswijzigingen ten gevolge van intepretatieverschillen bij uitleg van wet en regelgeving en die zijn geconstateerd tijdens en na het verantwoordingsjaar; Begrotingswijzigingen als gevolg van een onttrekking aan een bestemmingsreserve op basis van realisatie voor zover deze onttrekking daarmee voor een gelijk bedrag overeenkomt met de realisatie van de last, en de activiteit nog niet is beeïndigd en de resterende lasten volgen in het jaar na het verantwoordingsjaar. Is de activiteit of het project wel beeïndigd en zijn de lasten definitief lager dan begroot, dan vindt de onttrekking overeenkomstig het begrote bedrag plaats en wordt de Raad een voorstel gedaan tot nadere aanwendig van de bestemmingsreserve. Begrotingswijzigingen als gevolg van verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 193 Gemeentewet te weten: De renten en aflossingen van de door de gemeente aangegane geldleningen en alle overige opeisbare schulden; De uitgaven die bij of krachtens de wet aan de gemeente zijn opgelegd; De uitgaven die voortvloeien uit de van het gemeentebestuur gevorderde medewerking tot uitvoering van wetten en algemene maatregelen van bestuur, voor zover die uitgaven niet ten laste van anderen zijn gebracht. 5.. De begrotingsonrechtmatigheden als bedoeld in artikel 12, lid 4 worden voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden, als afzonderlijk bedrag wel opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording maar niet nader toegelicht. Toelichting daarop vindt plaats bij de lasten van de afzonderlijke programma’s of in de paragraaf bedrijfsvoering. 6.. Alle begrotingsonrechtmatigheden (ook die ingevolge van artikel 12, lid 4 niet in strijd zijn met het budgetrecht van de Raad) worden definitief vastgesteld door de Raad bij vaststelling van de jaarrekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel