Naar hoofdinhoud
Naast algemene voorzieningen zijn er per type werknemersvoorziening aanvullende voorwaarden waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor vergoeding. Vervoersvoorziening Bij de beoordeling van een vervoersvoorziening gelden de volgende specifieke voorwaarden: Door de beperking is zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer niet mogelijk. De vervoersvoorziening is voor woon/ werkverkeer. Alleen de meerkosten boven de kosten voor het gebruik van regulier openbaar vervoer worden vergoed; De vervoersvoorziening kan in natura of als vergoeding worden verstrekt. De kosten van de vervoersvoorziening moeten proportioneel zijn, dat wil zeggen dat de investering in de vervoersvoorziening moet opwegen teven de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn wordt onder andere meegewogen: de kosten van de vervoersvoorziening. de duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd (aantal maanden/jaren/bepaalde tijd/onbepaalde tijd); de omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren per week en het aantal dagen dat de kandidaat per week reist. Meeneembare voorzieningen Bij de beoordeling van een meeneembare voorziening zijn de volgende specifieke voorwaarden van toepassing: In aanvulling op voorwaarde 4 genoemd in artikel 4 kan het toekennen van een meeneembare voorziening gedurende de proefplaatsing tot de mogelijkheden behoren op voorwaarde dat de intentie is dat na de proefplaatsing een arbeidsovereenkomst volgt van minimaal 6 maanden. Een professional beoordeelt of een meeneembare voorziening noodzakelijk is. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Er geldt een drempelbedrag van € 176,76 [normbedrag UWV op 1-1-2024] voor alle voorzieningen. Het drempelbedrag wordt jaarlijks door het UWV vastgesteld. Het college past het bedrag toe dat op 1 januari van het betreffende jaar geldt. Voorzieningen die minder dan het drempelbedrag kosten, worden niet vergoed. Voorzieningen die meer kosten dan het drempelbedrag worden volledig vergoed. Intermediaire activiteit bij visuele of motorische beperking Bij de beoordeling van de toepassing van een intermediaire activiteit bij visuele of motorische beperking zijn de volgende specifieke voorwaarden van toepassing: Er is sprake van een aantoonbare visuele of motorische beperking die, wanneer nodig, wordt vastgesteld door een arbeidsdeskundige. Het aantal uren van de intermediaire activiteiten is maximaal 1 uur per week. Het uurtarief is € 24,10 [normbedrag UWV op 1-1-2024]. Het drempelbedrag wordt jaarlijks door het UWV vastgesteld. Het college past het bedrag toe dat op 1 januari van het betreffende jaar geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel