**1..** De wetgever heeft bepaald dat de gemeente een uitkering kan terugvorderen, als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De gemeente vult die bevoegdheid op de volgende manier in: de gemeente vordert een uitkering terug in de gevallen die de wetgever noemt.
**2..** De gemeente maakt gebruik van andere bevoegdheden die nodig kunnen zijn om een uitkering terug- of in te vorderen. De gemeente:
trekt een uitkering in of herziet een uitkering, als dat nodig is om die uitkering terug te vorderen;
verrekent de vordering met een uitkering van de gemeente of met een andere vordering die de inwoner op de gemeente heeft;
bruteert de vordering als het gaat om een uitkering;
gebruikt voor beslaglegging op inkomen een dwangbevel en verstuurt dit aangetekend per post, waar dat mogelijk is;
berekent geen wettelijke rente over de vordering, als de inwoner niet op tijd betaalt;
brengt de kosten van het versturen van een aanmaning en de deurwaarderskosten in rekening bij de inwoner; en
verhaalt de vordering op bezittingen van de inwoner waarop pand- en hypotheekrechten ten gunste van de gemeente zijn gevestigd.
**3..** De gemeente is verplicht de uitkering terug te vorderen, als deze uitkering tot een te hoog bedrag of ten onrechte is verstrekt, doordat de inwoner verkeerde informatie heeft gegeven. De gemeente beperkt de terugvordering dan tot het bedrag, dat de inwoner teveel aan uitkering zou hebben gekregen als hij op tijd de juiste informatie had gegeven. Gaat het om terugvordering omdat de inwoner verkeerde informatie heeft gegeven over zijn vermogen, dan beperkt de gemeente de terugvordering tot het bedrag waarmee de vermogensgrens uit de Participatiewet is overschreden.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.
Wanneer vordert de gemeente een uitkering terug?
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Land van Cuijk 2024