Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b van de subsidieregeling, gelden in aanvulling op artikel 1.5 van de subsidieregeling de volgende specifieke voorwaarden:
De aanplant van haagplanten is subsidiabel voor soorten die vermeld staan op de lijst met inheemse haagplanten.
Er dienen minimaal 8 haagplanten te worden aangeplant. Een richtlijn hierbij is een plantafstand van 20 cm (gemengde heg) of 1 haagplant per m2 (vogelbosje). Het heeft de voorkeur om te kiezen voor minimaal 3 verschillende soorten haagplanten.