Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e van de subsidieregeling, gelden in aanvulling op artikel 1.5 van de subsidieregeling de volgende specifieke voorwaarden:
De regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 100 liter (regenton), respectievelijk 140 liter (regenschutting/regenzuil);
De regenwateropslag is permanent, jaarrond aangekoppeld aan een regenpijp. Deze regenpijp voert het regenwater af van een dakoppervlak van minimaal 5 m2;
Per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee van de onder a. geformuleerde voorzieningen;