De aanvraag voor een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij het
college.
Op of bij de onttrekkingsvergunning vermeldt het college dat de vergunning
vervalt met ingang van de datum waarop de woning anders dan door vererving
of door overdracht aan bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad,
van eigenaar verandert.
Het college kan een vergunning verlenen voor tijdelijke onttrekking voor
maximaal één jaar, indien de onttrekking voorziet in een tijdelijke behoefte
en de woonruimte daarna permanent zal worden bewoond.
Artikel 4
Aanvragen van een onttrekkingsvergunning
Onderdeel van verordening, houdende regels omtrent de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad (Huisvestingsverordening)