Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Intrekking van de vergunning

Onderdeel van Verordening verblijfsgebouwen

De vergunning kan worden ingetrokken, indien: de ter verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; de vergunninghouder op vordering van burgemeester en wethouders na het zich voordoen van nieuwe feiten, niet binnen de door dezen te stellen termijn een nieuwe verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in arti-kel 5, lid 1, onder c, kan overleggen; de houder de exploitatie van het verblijfsgebouw beëindigt, dan wel binnen een jaar geen gebruik maakt van de vergunning; de aan de vergunning verbonden voorwaarden niet worden nageleefd dan wel niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in of krachtens de artikelen 10, lid 1 onder a tot en met c, 11, 12 en 13; het gebouw al eerder gesloten is geweest ingevolge artikel 19 en zich opnieuw omstandigheden voordoen, die aanleiding zouden geven tot sluiting ingevolge artikel 19; Tot intrekking van de vergunning op grond van het bepaalde in lid 1, onder d, wordt niet eerder overgegaan dan nadat burgemeester en wethou-ders aan de vergunninghouder hebben doen uitgaan: een aanschrijving ingevolge de Woningwet tot het treffen van maatregelen of voorzieningen ter voldoening aan de eisen van artikel 10, lid 1 onder a en b en/of een aanschrijving tot het treffen van maatregelen of voorzieningen ter voldoening aan de eisen van de artikelen 10, lid 1 onder c, 11, 12 en 13, onderscheidenlijk ter voldoening aan de voorwaarden. In de aanschrijving wordt een termijn gesteld waarbinnen de maatregelen of de voorzieningen moeten zijn getroffen. Indien de mogelijkheid bestaat dat de in lid 3 bedoelde voorzieningen niet lonend zijn, laten burgemeester en wethouders in de aanschrijving de keuze tussen enerzijds het treffen van de voorzieningen en anderzijds het staken van het gebruik binnen de in lid 3 bedoelde termijn. Tot intrekking van de vergunning op de grond genoemd in artikel 10, lid 1 onder d, wordt slechts overgegaan in geval van niet tijdige voldoening aan een onherroepelijk geworden aanschrijving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel