Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Sluiting van het verblijfsgebouw

Onderdeel van Verordening verblijfsgebouwen

In andere gevallen dan die waarin de burgemeester daartoe op grond van artikel 174 van de Gemeentewet of op grond van enige andere wettelijke bepalingen bevoegd is, kunnen burgemeester en wethouders de sluiting van een verblijfsgebouw of een gedeelte daarvan bevelen in het belang van de openbare orde, de zedelijkheid, de gezondheid of de veiligheid. Het bevel tot sluiting kan onmiddellijk ingaan. Indien de sluiting wordt bevolen in het belang van de openbare orde of de zedelijkheid, geldt het bevel tot sluiting ten hoogste vier achter-eenvolgende weken. Indien de sluiting wordt bevolen in het belang van de gezondheid of de veiligheid, geldt het bevel tot sluiting totdat de door burgemeester en wethouders nodig geachte voorzieningen zijn getroffen. Een afschrift van het bevel tot sluiting wordt bij brief met ontvangst-bevestiging medegedeeld aan de beheerder. Een afschrift van het bevel tot sluiting wordt op een duidelijk zichtbare plaats bij de hoofdtoegang van het verblijfsgebouw dan wel bij de toegang(en) van het gesloten gedeelte ervan aangeplakt. Gedurende de tijd dat het bevel tot sluiting van kracht is, is het de vergunninghouder, de beheerder en de vervanger verboden het verblijfsge-bouw of het gesloten gedeelte daarvan geopend te hebben, daarin niet tot de gezinnen van de houder, de beheerder of de vervanger behorende personen tot het houden van verblijf toe te laten of te gedogen dat deze personen in het gebouw of het gesloten gedeelte er van verblijf houden, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel