Bij de aanvraag als bedoeld in artikel 3 moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:
een tekening op schaal van ten minste 1 : 1000 in drievoud vermeldende de kadastrale nummers van de percelen, waarop het gebouw wordt gevestigd en het plaatselijk nummer van het gebouw met een aanduiding van de indeling van het open terrein;
een tekening of tekeningen op schaal van ten minste 1 : 100 in drievoud waarop moet worden aangegeven:
de indeling van het gebouw met een aanduiding van de maten;
de opstelling van de bedden;
de wijze van verwarming van de vertrekken;
de aard der te gebruiken materialen en toe te passen constructies op de wijze als in artikel A3, onder b, c, e, f, k, tot en met u, w en x van de Nadere regelen, bedoeld in artikel 15, lid 6, van de Bouwver-ordening.
van de aanvrager en de beheerder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag.
Burgemeester en wethouders kunnen toestaan dat voor de in het lid 1 bedoelde tekeningen een kleinere schaal wordt toegepast of dat de opgave bedoeld in lid 1, onder b, punt 4, achterwege blijft.