Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5
en 6 van de wet kan voor de in artikel 29, onder a. en b. vermelde
voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen
op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en
psychosociale problemen, incidenteel of dagelijks zittend verplaatsen in
en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden
op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere
wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5
en 6 van de wet kan voor de in artikel 29, onder c vermelde voorziening
in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond
van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale
problemen, het sporten zonder sportrolstoel onmogelijk maken.
Hoofdstuk 6.
Artikel 30.
Incidenteel en dagelijks rolstoelgebruik en sportrolstoel.
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, gemeente West Maas en Waal, versie 2.0