De hieronder genoemde indieningstermijnen gelden niet voor evenementen waarbij openbare circussen worden georganiseerd of schaatsbanen op natuurijs in gebruik worden genomen. Daarvoor gelden afwijkende indieningstermijnen, zie paragraaf 5.6 en 5.13.
In de APV is in artikel 1:8 lid 2 opgenomen dat een vergunning of ontheffing geweigerd kan worden als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Deze termijn kan op grond van het derde lid worden verlengd tot ten hoogste 26 weken. Voor alle vergunningsplichtige evenementen wordt de termijn verlengd. Dit betekent dat een aanvraag welke minder dan het gestelde aantal weken voor de datum van het evenement wordt ingediend en waarbij een goede behandeling niet meer mogelijk is, dat de vergunning in beginsel geweigerd wordt.