In principe moet op grond van artikel 1:2 eerste lid van de APV binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit worden genomen. Op grond van artikel 1:2 derde lid kan voor bepaalde door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of ontheffingen de termijn van 8 weken verlengd worden tot ten hoogste 26 weken. Voor vergunningsplichtige A- en B-evenementen blijft de in artikel 1:2 eerste lid bedoelde termijn van 8 weken gelden. Voor C-evenementen wordt de termijn verlengd tot 20 weken.
Als aanvullende gegevens worden opgevraagd wordt de van toepassing zijnde beslistermijn opgeschort met de termijn die gebruikt wordt voor het indienen van de benodigde gegevens. Als de gegevens niet tijdig of niet volledig worden aangeleverd wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.
De beslistermijn kan op grond van artikel 1:2 tweede lid met ten hoogste 8 weken worden verdaagd. Het verdagen van de termijn moet schriftelijk aan de aanvrager van de vergunning worden meegedeeld. Als de vergunning niet binnen de gestelde termijn is verleend ontstaat geen vergunning van rechtswege (artikel 1:9 APV).
Wanneer het voornemen bestaat een evenementenvergunning te weigeren moet de aanvrager daarvan in kennis worden gesteld en worden gehoord op grond van de artikelen 4:7 Awb voordat het besluit tot weigeren wordt genomen. Het weigeren van een evenementenvergunning moet gebeuren binnen de (verdaagde) beslistermijn. Bij de weigering van de evenementenvergunning wordt ook een besluit genomen over het weigeren van de andere voor het betreffende evenement aangevraagde toestemmingen.
Tegen een buiten behandeling gelaten aanvraag, verleende of geweigerde vergunning kan door belanghebbenden gedurende 6 weken bezwaar worden gemaakt. De termijn voor het indienen van bezwaar start op de dag nadat het besluit buiten behandeling is gesteld of de vergunning of weigering is verzonden. Een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking, het besluit treedt in werking na verzenden.