Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 17.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Stein 2024

Lid 1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Lid 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Lid 3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken en de voorziening beëindigen als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. de cliënt niet verantwoord gebruik maakt van de maatwerkvoorziening. Lid 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 3 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Lid 5. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Lid 6. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. Lid 7. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. Lid 8. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, of: de cliënt nog op de maatwerkvoorziening is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb nog toereikend is; de cliënt nog voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb; de verstrekte voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Lid 9. Het college kan een terug te vorderen bedrag verrekenen met betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel