Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders het budget over de aanvragen die voldoen aan de formele vereisten zoals opgenomen in de Algemene Subsidieverordening en die volledig en tijdig zijn ontvangen op volgorde van het hoogste aantal punten. 2.. Aanvragen die voldoen aan de formele vereisten en volledig en tijdig zijn ontvangen, leggen wij vervolgens ter beoordeling voor aan de Adviescommissie tweejarige subsidie 2025-2026. 3.. De aanvragen zullen door de adviescommissie individueel getoetst worden aan de hand van de volgende criteria: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit (maximaal 30 punten); Betekenis voor de stad (maximaal 30 punten); Uitvoerbaarheid (maximaal 30 punten). 4.. De adviescommissie kijkt binnen de criteria genoemd in de Cultuurnota 2025-2028, Kleur Bekennen en zoals genoemd in lid 3 van dit artikel naar de volgende zaken: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit De visie en missie van de organisatie en de concrete vertaling hiervan in het activiteitenplan staan centraal bij de beoordeling van de artistiek-inhoudelijke kwaliteit. De artistieke kwaliteit van de activiteiten wordt beoordeeld aan de hand van de kernbegrippen; vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. De adviescommissie kijkt daarnaast ook naar de artistieke betekenis in een bredere context zoals; welke betekenis heeft het initiatief voor de ontwikkeling van het genre, de discipline, het publiek en voor een inclusieve cultuursector in Utrecht? Bij de beoordeling van de tweejarige subsidie wordt tevens gelet op de ontwikkelpotentie van de aanvrager. Aspecten die de adviescommissie daarbij kan betrekken zijn; de mate waarin de aanvrager bezig is met de ontwikkeling van het eigen profiel, de mate waarin de aanvrager reflecteert op actuele kansen en uitdagingen en de mate van nieuwsgierigheid, wendbaarheid en experiment die de aanvrager in het plan laat zien. Betekenis voor de stad Voor alle organisaties en makers die deel uitmaken van de meerjarenregelingen van de Cultuurnota 2025-2028 geldt als voorwaarde dat ze van betekenis zijn voor onze stad. De betekenis kan verschillende vormen aannemen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen betekenis voor bewoners en bezoekers van Utrecht en betekenis voor het culturele (maak)klimaat. Organisaties kunnen op allerlei verschillende manieren van betekenis zijn voor de Utrechtse bevolking. Bijvoorbeeld door toonaangevend internationaal programma te presenteren, de leefbaarheid van de stad ter discussie te stellen, jongeren in contact te brengen met kunst en cultuur, of via kunst en cultuur een bijdrage te leveren aan de sociale cohesie in de wijk. Van aanvragers wordt verwacht dat ze rekening houden met de demografische kenmerken van Utrecht en stilstaan bij verschillen in leeftijd, woonwijk, gender, opleidingsniveau, culturele herkomst, samenstelling huishouden, inkomen en beroep. Daarbij is het belangrijk dat aanvragers bijdragen aan het makersklimaat in Utrecht. Uitvoerbaarheid Binnen dit criterium wordt gekeken naar de mate van haalbaarheid van het plan, de kwaliteit van de organisatie en de financiële onderbouwing. In hoeverre is de organisatie in staat de toekomstplannen op een professionele en gezonde manier ten uitvoer te brengen? De adviescommissie kijkt of er sprake is van een transparante bedrijfsvoering en een evenwichtige financieringsmix en of de organisatiestructuur helder is en taken en verantwoordelijkheden van bestuur, directie en medewerkers goed zijn vastgelegd. 5.. De adviescommissie hanteert bij elk individueel criterium de volgende puntensystematiek: 0 = voldoet niet aan het criterium 10 = voldoet in beperkte mate aan het criterium 20 = voldoet aan het criterium 30 = voldoet in grote mate aan het criterium 6.. Op elk van de drie criteria moet in ieder geval tien punten worden gescoord. Als een aanvrager 0 punten scoort op één van de drie criteria, wordt de aanvraag niet subsidiabel bevonden en gaat deze niet mee naar de integrale afweging. 7.. Alle aanvragen die voldoende punten scoren, worden in samenhang met elkaar beoordeeld. Daarbij wordt een integrale afweging gemaakt waarbij de door de commissie subsidiabel bevonden aanvragen in samenhang worden bekeken. De commissie kijkt hierbij naar de bijdrage die de organisatie levert aan het culturele ecosysteem. De vier pijlers uit de Cultuurvisie 2023 vormen – zoals nader beschreven in de Cultuurnota 2025-2028 – de leidraad voor de afweging: Een pluriform aanbod, Een inclusieve cultuursector, Het stimuleren van creatief vermogen, Ontwikkelruimte. 8.. Voor deze bijdrage krijgt een aanvrager minimaal 0 punten en maximaal 60 punten. De punten worden in stappen van 10 toegekend. 9.. Het totaal van de op grond van artikel 9 lid 4 en 9 lid 7 toegekende punten geeft de eindscore per aanvraag. Op basis van de eindscores wordt door de adviescommissie een rangschikking opgesteld. Uit deze rangschikking blijkt welke aanvragen er binnen het budgettair kader gesubsidieerd kunnen worden. 10.. Indien een aanvraag subsidiabel is, adviseert de commissie ook over de hoogte van het subsidiebedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel