Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe
aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of
stallen van auto’s in voldoende mate ruimte zijn aangebracht
in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het
onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte
mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de
bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden
gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar
vervoer
De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van
auto’s moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare
personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn
voldaan:
indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste
1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m
bedragen;
indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte
voor een gehandicapte – voorzover die ruimte niet in de
lengterichting aan een trottoir grenst – ten minste 3,50 m
bij 5,00 m bedragen.
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een
te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen
van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn
voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder
het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde
lid:
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere
omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of
stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt
voorzien.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 5
Artikel 2.5.30
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
Onderdeel van Bouwverordening 2012 Gemeente Leiderdorp