In gerechtelijke procedures voor de burgerlijke rechter waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het college. Het voorgaande geldt niet voor:
verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen;
kantonzaken;
verzoekschriftprocedures;
procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid , of artikel 708, tweede lid, Rv .
In afwijking van de vorige volzin geldt voor in hoger beroep te voeren zaken dat altijd toestemming van het college nodig is.