Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.2:

Artikel 17.

Maatregelen IOAW en IOAZ

Onderdeel van Verordening bestrijden misbruik, oneigenlijk gebruik en afstemming gemeente Heeze-Leende 2024

1.. De gemeente legt een maatregel op van 10% voor de duur van één maand: Als een inwoner, zonder tegenbericht, niet verschijnt op een schriftelijk uitnodiging om op gesprek te komen in verband met re-integratie. Als een inwoner zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie. Als een inwoner geen document als bedoeld in artikel 13 lid 4 IOAW of IOAZ overlegt. 2.. De gemeente legt een maatregel op van 20% voor de duur van één maand: Als een inwoner niet of onvoldoende gebruik maakt van voorzieningen of verplichtingen zoals bedoeld in artikel 37 lid 1 IOAW/IOAZ of deze verplichtingen anderszins niet naleeft. Deze bepaling geldt niet voor de gedraging als bedoelt in artikel 37 lid 1, onderdeel a, b, c en g, van die wetten. Als een ontheffing op grond van artikel 38 lid 12 IOAW/IOAZ aan inwoner die alleenstaande ouder is ingetrokken omdat uit houding en gedrag is gebleken dat de inwoner zijn verplichtingen van artikel 37 lid 1, onderdeel e, IOAW/IOAZ niet wil nakomen. Als een inwoner op verzoek van de gemeente niet of onvoldoende de medewerking verleent die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet. Hieronder wordt mede begrepen het niet, niet tijdig of niet volledig heeft verstrekt van benodigde bewijsstukken, zoals bankafschriften. Tenzij het recht op bijstand over de af te stemmen periode al wordt ingetrokken. 3.. De gemeente weigert de uitkering tijdelijk: Als aan de beëindiging van de dienstbetrekking van de inwoner een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de inwoner terzake een verwijt kan worden gemaakt; Als de dienstbetrekking van de inwoner is beëindigd door of op zijn verzoek zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; Als de inwoner nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; Als de inwoner door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. De duur van de weigering is altijd gelijk aan mate en duur waarin de inwoner inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 zou hebben kunnen verwerven. 4.. Als de gemeente een uitkering kan weigeren maar de mate waarin de inwoner inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 IOAW/IOAZ zou hebben kunnen verwerven niet kan worden vastgesteld, dan legt de gemeente een maatregel op van 40% voor de duur van één maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel