**1..** Voor de voorbereiding van een besluit over de toelating van nieuw benoemde raadsleden wordt uit het midden van de raad een “commissie onderzoek geloofsbrieven” ingesteld, bestaande uit drie raadsleden. Voor hun benoeming haalt de burgemeester uit een bokaal met daarin 27 nummers drie nummers. Vervolgens noemt hij de namen van de raadsleden die op de presentielijst vermeld staan bij de corresponderende drie nummers. De commissie benoemt uit haar midden de voorzitter. De griffier verzorgt de ambtelijke ondersteuning van deze commissie.
**2..** De commissie onderzoekt aan de hand van de geloofsbrieven of, bij het ontbreken van wettelijke belemmeringen, kan worden besloten tot de toelating van de nieuw benoemde raadsleden, en brengt hierover advies uit aan de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Op basis van het commissieadvies neemt de raad een besluit over de toelating.
**3..** In de laatste vergadering van de raad in oude samenstelling na de raadsverkiezingen, is de in lid 1 vermelde “commissie onderzoek geloofsbrieven” tevens belast met het adviseren van de raad of de verkiezingen op wettige wijze zijn verlopen en de verkiezingsuitslag juist is vastgesteld. Zij doet dit aan de hand van het proces-verbaal van het centraal stembureau.
**4..** Na een raadsverkiezing roept de voorzitter alle toegelaten nieuwe raadsleden op voor hun beëdiging in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling.
**5..** In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin het onderzoek van zijn geloofsbrieven plaatsvindt, over zijn toelating wordt beslist en waarin het raadslid, als besloten is tot zijn toelating, beëdigd zal worden.
**6..** Alle in de raadszaal aanwezigen horen de beëdiging, voor zover mogelijk, staande aan.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.1
Toelating en beëdiging nieuwe raadsleden
Onderdeel van Reglement van orde 2024