Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5: › Paragraaf 5.5:

Artikel 5.5.3

De beraadslagingen; schorsing

Onderdeel van Reglement van orde 2024

1.. Een raadslid dat bij een voorstel een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 28 Gemeentewet, meldt dat direct bij aanvang van de beraadslagingen van het betreffende agendapunt. Het raadslid kan daarna blijven zitten, maar onthoudt zich bij dat agendapunt van deelname aan de beraadslagingen en de eventuele stemming. 2.. De voorzitter opent per agendapunt de beraadslagingen, vermeldt wat het voorgestelde besluit is waar de beraadslagingen over zullen gaan. 3.. Bij de beraadslagingen ligt het accent op: het naar voren brengen van het politieke oordeel van de fracties, en de toelichting en/of verdediging van het fractiestandpunt. Voorts kunnen bestuurlijke vragen worden gesteld aan het college of burgemeester, voor zover die vragen niet in een voorafgaande commissievergadering konden worden gesteld, en het antwoord op de bestuurlijke vragen van belang is voor de oordeelsvorming van een fractie of raadslid. 4.. De raad kan, op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad, besluiten om over één of meer onderdelen van een voorgesteld besluit afzonderlijk te beraadslagen. 5.. Naast de wettelijke bevoegdheid van de burgemeester en de wethouders om aan de beraadslagingen deel te nemen, kan de raad toestaan dat ook anderen mogen deelnemen aan de beraadslagingen. 6.. De voorzitter kan op verzoek van een raadslid besluiten de beraadslaging te schorsen om daarmee raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. Het raadslid dat om schorsing vraagt geeft tevens aan wat de duur van de schorsing moet zijn. De beraadslagingen worden hervat nadat de tijd die voor de schorsing was gevraagd verstreken is. Het raadslid dat om schorsing heeft gevraagd krijgt na de schorsing als eerste het woord om toe te lichten waarom schorsing nodig werd geacht. 7.. De voorzitter sluit de beraadslagingen als hij vaststelt dat een voorstel voldoende is behandeld en er, met inachtneming van artikel 5.5.2, geen behoefte meer is aan spreektijd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel