Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.6

Schriftelijke raadsvragen

Onderdeel van Reglement van orde 2024

1.. Raadsleden kunnen altijd en op elk moment schriftelijk raadsvragen stellen aan het college en de burgemeester. 2.. De raadsvragen dienen: via de e-mail te worden toegestuurd aan de griffier; te worden geadresseerd aan het college of de burgemeester; kort en duidelijk te worden geformuleerd; van een inleiding of toelichting te worden voorzien; te vermelden of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3.. Na ontvangst draagt de griffier er zorg voor dat de raadsvragen zo spoedig mogelijk: worden doorgestuurd naar het college of de burgemeester, zodat zij zich op de beantwoording kunnen voorbereiden; ter informatie worden doorgestuurd naar de raadsleden en lijstopvolgers. 4.. Voor de schriftelijke beantwoording van raadsvragen geldt het volgende. De beantwoordt vindt plaats binnen een termijn van dertig dagen, gerekend vanaf de dag na die waarop de raadsvragen door de griffier zijn doorgestuurd naar het college of de burgemeester. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, dan worden raadsleden en lijstopvolgers hiervan in kennis gesteld door middel van een tussenbericht, waarin tevens wordt vermeld wat de termijn is waarbinnen schriftelijke beantwoording alsnog tegemoet gezien kan worden. Het tussenbericht en de schriftelijke beantwoording wordt geadresseerd aan de raad. Bij de beantwoording wordt telkens eerst de vraag vermeld en vervolgens het antwoord daarop. De schriftelijke beantwoording van de raadsvragen, of het eventueel tussenbericht als bedoeld in het vorige lid, wordt na het beschikbaar komen ervan door de agendacommissie (aanvullend) op de agenda voor de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, onder het agendapunt waarbij de beantwoording van raadsvragen aan de orde is. Indien alleen het tussenbericht voor een raadsvergadering is geagendeerd, dan kunnen raadsleden desgewenst naar aanleiding van het tussenbericht in twee termijnen verduidelijkende vragen stellen over de reden(en) van uitstel. De behandeling van de schriftelijke inhoudelijke beantwoording van raadsvragen gebeurt in twee termijnen. In de eerste termijn kunnen raadsleden naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording aanvullende vragen stellen.In de tweede termijn kunnen raadsleden nog eens aanvullende vragen stellen naar aanleiding van de mondelinge beantwoording van de vragen in eerste termijn. 5.. Voor de mondelinge beantwoording van raadsvragen geldt het volgende. Indien mondelinge beantwoording wordt verlangd, worden de raadsvragen na ontvangst door de agendacommissie (aanvullend) op de agenda voor de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, onder het agendapunt waarbij de beantwoording van raadsvragen aan de orde is. De behandeling van de mondelinge beantwoording van de raadsvragen gebeurt in drie termijnen. In de eerste termijn wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld zijn vragen zo nodig kort toe te lichten en vervolgens nog eens te stellen. Daarna vindt de mondelinge beantwoording van de vragen plaats door het college of de burgemeester. In de tweede en derde termijn kan de vragensteller en kunnen de overige raadsleden aanvullende vragen stellen naar aanleiding van de mondelinge beantwoording door het college of de burgemeester. De andere raadsleden kunnen dan ook (aanvullende) vragen stellen aan de vragensteller. In dat geval worden eerst de (aanvullende) vragen door de vragensteller beantwoord, waarna de beantwoording plaatsvindt van de aanvullende vragen aan het college of de burgemeester. Het college, de burgemeester en de vragensteller mogen bij hun mondelinge beantwoording van de aan hen gestelde (aanvullende) vragen, en raadsleden bij het stellen van hun vragen, in de eerste termijn niet geïnterrumpeerd worden. 6.. Indien het college of de burgemeester in de raadsvergadering geen mondeling antwoord kunnen geven op de schriftelijk gestelde raadsvragen of de mondeling gestelde aanvullende vragen, dan kunnen zij aangeven dat die vragen in de periode na de raadsvergadering separaat schriftelijk zullen worden beantwoord. In dat geval geven zij ook aan binnen welke termijn de raad schriftelijke beantwoording alsnog tegemoet kan zien. Die schriftelijke beantwoording wordt na beschikbaar komen geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. Op de behandeling daarvan is lid 4 onder e. van toepassing. 7.. Bij de behandeling van de schriftelijke en/of mondelinge beantwoording van raadsvragen kunnen moties worden ingediend over het onderwerp waarop de (aanvullende) vragen betrekking hebben. Een ingediende motie wordt als “motie vreemd aan de orde van de dag” aanvullend aan de agenda toegevoegd. Artikel 6.3, de leden 3 tot en met 5 zijn van verder van toepassing. 8.. De in dit artikel beschreven procedure voor de schriftelijke of mondelinge beantwoording van raadsvragen is ook van toepassing indien een raadslid over een onderwerp inlichtingen verlangt van: het college als bedoeld in de artikelen 169, derde lid; van de burgemeester als bedoeld in artikel 180, derde lid, van de Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel