De commissie bestaat uit een of meerdere leden en een secretaris.
De leden worden benoemd door het college van burgemeester en wethouders.
De commissie benoemt uit zijn midden een voorzitter.
In de commissie dient de volgende deskundigheid vertegenwoordigd te zijn:
architectuur-, kunst-, bouw- en stedenbouwgeschiedenis, restauratiearchitectuur
en/of bouwkunde, geschiedenis van het dorp en bestuurlijke/juridische. Van de leden
van de commissie wordt verwacht, dat zij betrokken zijn bij het inhoudelijk werk
van- c.q. prestaties hebben geleverd in het kader van de taakstelling van de
commissie.
De commissie wordt in de haar opgedragen taak bijgestaan door een, door het
college van burgemeester en wethouders aan te wijzen, secretaris, die geen stemrecht
heeft.
De commissie is bevoegd om ambtenaren, adviseurs en/of deskundigen te horen en/of
in te schakelen, echter met dien verstande, dat toestemming van het college van
burgemeester en wethouders nodig is, indien aan het horen of inschakelen van
deskundigen kosten voor de gemeente verbonden zijn.
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd adviseurs aan de commissie
toe te voegen.