Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 15

Artikel 33

Toetreding en uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen

1.. Een gemeente kan toe- of uittreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar college en raad. 2.. De uittreding gaat in 1 jaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. 3.. De toetreding gaat in nadat het daartoe strekkende besluit van de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten is genomen. 4. . Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de uittreding. Hierbij houdt hij rekening met het bepaalde in lid 6 tot en met 9. 5. . De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door het dagelijks bestuur van de regio in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken. 6. . Het algemeen bestuur neemt een besluit over de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties, met inachtneming van de eventuele bijdrage van OR en het LO over de voorwaarden tot uitreding. Het algemeen bestuur stelt de hoogte van de uittredingskosten vast. 7. . Het algemeen bestuur neemt dit besluit binnen vijf maanden na ontvangst van het verzoek. Het dagelijks bestuur kan de beslistermijn verdagen met maximaal 3 maanden. 8. . De uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Deze komen eveneens ten laste van de uittredende gemeente en worden alleen in rekening gebracht als de gemeente daadwerkelijk besluit uit te treden. Basis voor de uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (afbouw bedrijfsvoeringsorganisatie, aangegane verplichtingen algemeen, aangegane verplichtingen per opgave) van de drie jaar jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. 9. . De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen; de financiële bijdrage van de betreffende gemeente, gedeeld door het totaal aan bijdragen aan de MGR. 10. . Middelen die onderdeel uitmaken van een (algemene) reserve van de MGR, worden naar rato in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. 11. . De deelnemende gemeenten doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur doet met de gemeente die wil uittreden onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen (onder meer overname personeel, verlaging investeringen, opdrachtverlening elders). 12.. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toe- of uittreding. 13.. Bij een gemeentelijke herindeling van één of meerdere deelnemende gemeenten zoals bedoeld in de Wet algemene regels herindeling kan het algemeen bestuur besluiten om een termijn vast te stellen die afwijkt van de in lid 2 genoemde termijn. Rechten en verplichtingen van de uittredende gemeente - voor herindeling - jegens het samenwerkingsverband, blijven gelden voor de toetredende gemeente na herindeling.

Rechtspraak bij dit artikel