**1..** De Rekenkamercommissie bestaat uit drie leden, die door de raad van
buiten de kring van zijn leden worden benoemd voor een periode van
drie jaar; deze leden kunnen door de raad één keer worden herbenoemd
voor een gelijke periode.
**2..** De leden leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een
vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad
de eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om
tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks
noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige
gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik,
om iets in dit ambt te doen ofte laten, rechtstreeks noch middellijk
enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer
(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten
zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de
Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk
helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)"
**3..** De Rekenkamercommissie wijst uit de leden genoemd in lid I een
voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de
Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken
van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het
bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe
regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
PARAGRAAF 2,
Artikel 3
Samenstelling Rekenkamercommissie
Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie