Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Voorschriften welke verbonden zijn aan de vergunning

Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Landgraaf 2024

Het college heeft de mogelijkheid om aan de vergunning voorschriften of beperkingen te verbinden op grond van artikel 1:4 van de APV. De voorschriften gelden voor zowel de vergunninghouder van de vaste standplaatsen alsook voor de vergunninghouder van de incidentele en seizoensgebonden standplaatsen. De vergunninghouder dient na verkrijging van de standplaatsvergunning in ieder geval te voldoen aan de navolgende voorschriften: De standplaats moet worden ingenomen met een verkoopwagen, met uitzondering van seizoensgebonden standplaatsen op eigen terrein. Een standplaats mag worden ingenomen tussen 07:30 uur en 22:00 uur. Het is niet toegestaan om langer dan een uur voor aanvang en langer dan een uur na afloop van de in de vergunning vastgestelde verkooptijden met een voertuig of goederen ruimte in te nemen op de standplaats. Dit vereiste geldt niet voor seizoensgebonden standplaatsen en standplaatsen ten behoeve van (overheids)bevolkingsonderzoek. De emballage, lege pallets, kratten en dergelijke worden opgeborgen binnen de standplaats onder een zeil. Er mag vanaf deze standplaats slechts van één kant verkocht worden. De vergunninghouder zorgt dat zijn standplaats steeds een verzorgd aanzicht biedt. De vergunninghouder dient er op toe te zien dat de omgeving van de standplaats, tijdens en na het gebruik, binnen een straal van 15 meter, netjes blijft en vrij blijft van afval en verpakkingsmaterialen. Vergunninghouder plaatst daartoe één of meer afvalbakken kort bij de standplaats. Het afval wordt na afloop meegenomen door de vergunninghouder. De vaste standplaats dient elke dag na afloop van de verkoop schoon en leeg te worden achtergelaten. Indien er vanuit de standplaats gebruik wordt gemaakt van bakapparatuur, dan dient er te worden voldaan aan de voorwaarden zoals vermeld in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Er mogen geen afvalstoffen of schoonmaakmiddelen in het riool worden geloosd. Slechts het lozen van schoon water is toegestaan. De afvalstoffen dienen op een andere wijze te worden afgevoerd. Kabels, leidingen, rioolputten e.d. moeten bereikbaar blijven ten behoeve van reparatie en onderhoud. Het is niet toegestaan om de standplaats op welke wijze dan ook te vergroten. Het elektriciteitsverbruik wordt geregeld in een aparte overeenkomst (indien van toepassing). Voldaan moet worden aan de Warenwet. De vergunninghouder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen, om te voorkomen dat het vergunningverlenende orgaan, dan wel derden, door het gebruik van de vergunning schade lijden. De vergunninghouder moet voldoen aan de wettelijke regelingen en voorschriften ten aanzien van de verkoop van voedingswaren, waaronder ook wordt verstaan het beperken van stankoverlast die kan ontstaan als gevolg van het bakken en frituren. Indien door omstandigheden (werkzaamheden, evenementen, verplaatste weekmarkt e.d.) de standplaatslocatie bezet is, dient de standplaats te worden ingenomen op een alternatieve plaats aangewezen door de afdeling KCC. De in gebruik genomen standplaats mag op geen enkele wijze aan opstallen of vaste voorwerpen zijn verbonden. Het is niet toegestaan voertuigen te parkeren op of bij de standplaats, met uitzondering van koelwagens indien aantoonbaar noodzakelijk. In verband met de brandveiligheid, moet de standplaats steeds minimaal 5 meter van bebouwing worden ingenomen. De standplaats mag niet worden ingenomen op het trottoir direct voor woningen, winkels of andere publieksgevoelige ruimten. De standplaats moet zo worden ingericht/geplaatst dat voetgangers steeds vrije doorgang hebben. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat het straatmeubilair vrij en bereikbaar blijft. Het innemen van de standplaats mag er niet toe leiden dat hulpdiensten in hun taak worden belemmerd. De aanwijzingen van gemeentewege, politie, brandweer en andere hulpdiensten worden direct opgevolgd. Daarnaast blijven (ondergrondse) brandkranen die op of nabij de in te nemen locatie aanwezig zijn, met een diameter van 1,80 meter, vrij van elke belemmering. Een vaste standplaats mag niet gedurende een periode van meer dan vier weken niet of slechts incidenteel worden ingenomen. Om overlast te voorkomen is het verboden om met elektrische apparatuur versterkte muziek ten gehore te brengen op of nabij de standplaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel