Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Geldigheidsduur

Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Landgraaf 2024

Vaste standplaatsen Vergunningen voor vaste standplaatsen gelden voor 10 kalenderjaren. De standplaatsvergunningen zijn op grond van de meest recente jurisprudentie schaarse vergunningen en vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn. Dit betekent onder meer dat standplaatsvergunningen niet voor onbepaalde tijd mogen worden verleend. Om de vergunninghouders in de toekomst de mogelijkheid te bieden om hun investeringen terug te verdienen en daarbij nog een minimuminkomen te verdienen voor het levensonderhoud worden de standplaatsvergunningen voor een standplaats voortaan voor 10 kalenderjaren verleend. Standplaatsen komen vrij wanneer de vergunningsperiode is afgelopen, de vergunninghouder vraagt om wijziging van de in de vergunning opgenomen dag voor het innemen van de standplaats of wanneer de vergunning om andere redenen eerder wordt ingetrokken. Een vergunning loopt in beginsel van 1 januari tot en met 31 december. Indien de vergunning wordt verleend op een andere datum, dan loopt de vergunning vanaf de ingangsdatum tot aan het einde van de laatste dag vóór de genoemde ingangsdatum in enig jaar daaropvolgend. Seizoensgebonden standplaatsen Seizoensgebonden standplaatsen gelden voor de duur die is aangevraagd tot een maximum van 10 kalenderjaren, maar dan voor de maand(en) waaraan het product gebonden is: de periode van 1 november tot en met 31 januari voor de verkoop van oliebollen; de periode van 1 april tot en met 30 september voor de verkoop van andere seizoensgebonden producten, zoals ijs en fruit; een in de vergunning te bepalen periode in afwijking van het hierboven bepaalde onder a en b indien en voor zover sprake is van een ander seizoensgebonden product. Standplaatsvergunningen kunnen tussentijds worden ingetrokken op grond van artikel 1:6 van de APV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel