In de vergunning wordt ten minste vermeld:
De NAW-gegevens van de vergunninghouder;
Een duidelijke omschrijving van de toegewezen standplaats, met vermelding van de locatie en de afmetingen (afbakening situatieplattegrond);
De dagen en tijden voor inname van de standplaats;
De branchering / productgroep;
De looptijd van de vergunning;
De verschuldigde leges en precariobelasting (conform de geldende verordening precariobelasting);
De voorwaarden zoals vermeld onder 3.5.
Het college heeft op grond van artikel 1:4 van de APV de mogelijkheid om aan de vergunning ook nog andere voorschriften of beperkingen te verbinden dan hierboven zijn genoemd.