Voor wat betreft de maximale oppervlakte van het bouwvlak voor grondgebonden bedrijven hanteerden de drie gemeenten ongeveer dezelfde benadering. Deze benadering hield in dat agrarische bedrijven ontwikkelingsruimte kregen. In de mate waarin deze ruimte werd geboden, bestonden echter wel verschillen.
De oppervlakte van de bouwvlakken was in Heerenveen enerzijds afhankelijk van de bestaande oppervlakte aan bebouwing en anderzijds van de concrete situatie. In het algemeen bedroeg de oppervlakte van het bouwvlak niet meer dan 1,5 ha, incidentele uitzonderingen daargelaten. Door het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid1wijzigingsbevoegdheid = daadwerkelijke aanpassing van het bestemmingsplan kon de oppervlakte van het bouwvlak worden vergroot met 5.000m2 indien het bouwperceel al groter was dan 1 ha, of tot 1,5 ha indien het bestaande bouwvlak kleiner was dan 1 ha.
Boarnsterhim ging uit van een bouwvlak van ten hoogste 1 ha (of meer indien het bedrijf een grotere ruimtebehoefte had). Door toepassing van een vrijstellingsbevoegdheid2vrijstellingsbevoegdheid= het verlenen van een (eenmalige) vrijstelling van het bestemmingsplan, waarbij bestemmingsplan niet wordt aangepast kon het bouwvlak worden verruimd tot 2 ha, terwijl – in bepaalde omschreven omstandigheden – via een wijzigingsbevoegdheid het bouwvlak tot 4 ha kon worden verruimd. Bovendien kon door toepassing van vrijstellingsbevoegdheden ook in geringe mate buiten het bouwvlak worden gebouwd.
Skarsterlân hanteerde voor het bouwvlak een maximale oppervlakte van ten hoogste 1,5 ha, terwijl de totale oppervlakte aan bebouwing bovendien niet meer dan 6.000 m2 mocht bedragen. Door toepassing van een vrijstellingsbevoegdheid kon de maximale hoeveelheid aan bebouwing worden verruimd naar 7.500 m2 en door toepassing van vrijstellingsbevoegdheid kon ook hier in geringe mate buiten het bouwvlak worden gebouwd.
Op dit onderdeel bood Boarnsterhim in het algemeen dus meer ruimte dan Heerenveen en Skarsterlân. Niet alleen was de ruimte voor de agrarische bedrijven groter, maar bovendien kon met een eenvoudigere procedure de beschikbare ruimte worden vergroot.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1
Samenvatting beleid oude gemeenten
Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)