Voor zover binnen bestaande bouwvlakken wordt gebouwd, blijven de bestaande bestemmingsplannen van betekenis. Daarvoor behoeft geen nieuw beleid te worden vastgesteld. Voor initiatieven die niet binnen de bestaande bouwvlakken passen, moet wel een nieuwe eenduidige beleidslijn worden vastgelegd.
De beleidsruimte die de gemeente heeft om eigen beleid te hanteren, wordt in belangrijke mate bepaald door de ruimte die het provinciaal beleid aan de gemeenten overlaat.
Provinciale Staten hebben in de Verordening Romte vastgelegd dat de maximale oppervlakte van een bouwvlak niet meer mag bedragen dan 3 ha. Het heeft weinig toegevoegde waarde om een (aanvullend) gemeentelijk maximum (bijvoorbeeld 2 of 2,5 ha.) te hanteren. Dat houdt bovendien weinig rekening met de specifieke omstandigheden en het draagvlak van de fysieke omgeving. Soms kan een uitbreiding van een bouwvlak tot een oppervlakte van 1,6 ha al te veel zijn, terwijl elders een verruiming tot 2,1 ha prima is in te passen. Daarom wordt voorgesteld niet in algemene zin een maximum oppervlakte van het bouwvlak vast te leggen, maar – binnen het provinciaal kader – zoveel mogelijk maatwerk toe te passen. De specifieke omstandigheden van de omgeving en het provinciale beleid bepalen of en in hoeverre een uitbreiding van het bouwvlak mogelijk is c.q. welke randvoorwaarden daarvoor van toepassing zijn.
De gemeenschappelijke noemer van de drie voormalige gemeenten was het bieden van voldoende ontwikkelingsruimte aan agrarische bedrijven. Dit geldt te meer daar in toenemende mate sprake is van schaalvergroting in de landbouw. Deze trend is een autonome ontwikkeling die door de gemeente niet valt te beïnvloeden en als een gegeven moet worden beschouwd. Het is wel belangrijk dat deze schaalvergroting niet ten koste gaat van de bestaande landschappelijke waarden c.q. de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten van het landschap zoals de provincie die benoemt3De Structuurvisie Grutsk op 'e Romte, zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 26 maart 2014, bevat een uitvoerige inventarisatie van de landschappelijke kernkwaliteiten in de provincie;.
Bij een vergroting tot een oppervlakte van 1,5 ha moet de uitbreiding van een bouwvlak landschappelijk inpasbaar zijn, al dan niet door het treffen van compenserende maatregelen. Bij deze beoordeling zal de landschappelijke inpassing een belangrijke rol spelen. De Structuurvisie Grutsk op 'e Romte kan hierbij behulpzaam zijn. Bij een vergroting van het bouwvlak tot een oppervlakte van meer dan 1,5 ha moeten meerdere aspecten beoordeeld worden, e.e.a. volgens de systematiek van de ‘Nije Pleats’4Een methode van planvorming waarbij een team van deskundigen in een vroeg stadium integraal adviseert over alle aspecten die relevant zijn voor een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van een concrete ruimtelijke ontwikkeling, zoals de vestiging of uitbreiding van een agrarisch bedrijf of de vestiging of uitbreiding van een recreatieve inrichting.. Dit is een (verplichte) doorwerking van provinciaal beleid, zoals aangegeven in paragraaf 3.1.2.
Voor wat betreft de vraag wat onder een grondgebonden agrarische bedrijf of grondgebonden veehouderij wordt verstaan, wordt de omschrijving uit de provinciale verordening gehanteerd. Deze wijkt af van wat daar in de geldende bestemmingsplannen daaronder wordt verstaan. In de nieuwe omschrijving wordt sterker het accent op ‘grondgebondenheid’ gelegd5Grondgebonden veehouderij: een veehouderij waarbij voldoende grond in de omgeving van het bedrijf aanwezig is om overwegend te voorzien in de mestafzet en het benodigde ruwvoer van de veehouderij, inclusief een neventak niet-grondgebonden veehouderij die wat betreft aard en schaal ondergeschikt is aan de grondgebonden bedrijfsvoering.
Samenvattend is het voorgestelde gemeentelijk beleid daarom als volgt:
geen nieuwvestiging van intensieve bedrijven; in uitzonderlijke gevallen kan dit wel worden toegestaan indien daar een dringende reden van maatschappelijke aard6De term ‘dringende reden van maatschappelijke aard’ is ontleend aan de verordening ‘Romte’. Daarin wordt als voorbeeld van een dringende maatschappelijke reden genoemd een intensieve veehouderij die teveel stikstof uitstoot op een kwetsbaar natuurgebied in de omgeving. De verplaatsing of nieuwvestiging is dus alleen toegestaan indien daarmee een ruimtelijk of maatschappelijk knelpunt wordt opgeheven. (vgl: de notitie ‘binnenstedelijk verichten’) voor aanwezig is;
een uitbreiding van een bestaand bedrijf of de nieuwvestiging van een grondgebonden bedrijf tot en met een oppervlakte van 1,5 ha (gerekend over deoppervlakte van het bouwvlak) moet plaatsvinden op landschappelijk verantwoorde wijze (zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders); indien noodzakelijk zal een beplantingsplan (of anderszins een plan met compenserende maatregelen) moeten worden overlegd, waarvan de realisering als een voorwaardelijke verplichting7het opnemen van een voorwaarde verplichting houdt de verplichting in bepaalde maatregelen (zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van een landschapsplan) te treffen, zonder welke van de vrijstelling of toegekende bestemming geen gebruik mag worden gemaakt. aan de vergunning of het bestemmingsplan wordt gekoppeld.
een uitbreiding van een bestaand bedrijf tot een oppervlakte van meer dan 1,5 ha, (ook indien het huidige bedrijf een oppervlakte heeft van meer dan 1,5 ha) en een nieuwvestiging van een grondgebonden bedrijf met een oppervlakte van meer dan 1,5 ha wordt alleen toegestaan indien het bedrijf voor wat betreft schaal, verschijningsvorm, ontsluitingssituatie en lichtuitstoot inpasbaar is binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten (een en ander volgens de Nije Plaets-methodiek).
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.3
Nieuw gemeentelijk beleid
Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)