Naar hoofdinhoud
1.. Een instelling die jaarlijks terugkerend subsidie van de gemeente ontvangt, kan onder voorwaarden en na integrale afweging een bestemmingsreserve vormen die (mede) is opgebouwd uit gemeentelijke subsidiegelden. 2.. Een bestemmingsreserve als bedoeld in het 1e lid, wordt toegestaan als: deze kenbaar is gemaakt voordat de verantwoording wordt opgesteld, het doel van de reserve en einddatum bekend is en deze direct verband houdt met de gesubsidieerde activiteiten en/of prestaties van de instelling, een onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de reserve beschikbaar is, en als de instelling jaarlijks de onttrekkingen en toevoegingen verantwoordt op een overzichtelijke wijze in de jaarrekening met toelichting. 3.. Het is mogelijk om zowel vanuit positief (exploitatie)resultaat als vanuit eigen vermogen/ algemene reserve een bestemmingsreserve als bedoeld in het 1e lid te vormen, mits de activiteiten zijn uitgevoerd waarvoor subsidie is verstrekt. 4.. Een bestemmingsreserve als bedoeld in het 1e lid, wordt niet toegestaan als het wordt gevormd voor feesten en partijen. 5.. Als blijkt dat de besteding van de bestemmingsreserve als bedoeld in het 1e lid niet voldoet aan de gestelde eisen en voorwaarden, dan wordt het meegeteld bij de maximaal toegestane 15% algemene reserve.

Rechtspraak bij dit artikel