De cliënt komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:
Als de maatwerkvoorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is.
Als de cliënt geen ingezetene is.
Als cliënt zijn verblijf heeft in een WLZ instelling en minder dan 14 dagen per maand thuis is.
Als deze niet hoofdzakelijk op de cliënt gericht is.
Wanneer de cliënt een beroep kan doen op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, toereikend en passend is.
Als de aanspraak niet is vast te stellen doordat de cliënt of diens huisgenoot niet of onvoldoende voldoet aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 2.3.8 lid 1 en 3 van de wet en artikel 2.3 van deze verordening
Als de maatwerkvoorziening of de noodzaak daarvan voor de cliënt redelijkerwijs vermijdbaar is of voorzienbaar was.
Indien de noodzaak tot ondersteuning in de risicosfeer van de cliënt liggen.
Als deze gezien de beperkingen van de cliënt, niet veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt of anti-revaliderend werkt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1:
Artikel 3.6
Algemene weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2024