Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.2

Hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2024

1.. Het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van de door de cliënt ingediende budgetplan voor de benodigde ondersteuning, voor zover dit blijft binnen de grenzen van de maximale pgb-tarieven, zoals genoemd in deze paragraaf voor de betreffende vorm van ondersteuning. 2.. Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten wordt onderscheid gemaakt tussen: Professionals, tot deze groep behoren: Professionals werkzaam zijn bij en voor een geregistreerde zorgorganisatie/instelling die ingeschreven staat in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Deze professionals beschikken over de relevante diploma’s en mogen de taken en werkzaamheden uit het pgb uitvoeren. Professionals die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en beschikken over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ingeschreven staan in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007) om de taken en werkzaamheden uit het pgb te mogen uitvoeren. Ook moeten ze over diploma’s beschikken die relevant zijn voor de uitoefening van deze taken. Zorgverleners die behoren tot het sociaal netwerk van cliënt en die niet voldoen aan de onder a genoemde punten. Zorgverleners niet behorende tot art 4.2 lid 2 onder a genoemde professional en niet behorende tot het sociale netwerk van de cliënt. 3.. Het college stelt nadere criteria op om te bepalen of er sprake is van professionele ondersteuning door een organisatie of zelfstandige zonder personeel, informele zorg en sociaal netwerk/naaste familie. Hierbij sluit het college waar mogelijk aan bij de kwaliteitscriteria die worden gesteld aan aanbieders. 4.. Voor zover de cliënt door de verstrekking van een pgb kosten bespaart voor een in zijn situatie algemeen gebruikelijk te achten product, kan het college besluiten die kosten in mindering te brengen op het pgb. 5.. Voor de vaststelling van de hoogte van het pgb worden de volgende tarieven gehanteerd: Voor professionals zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 2 sub a nr i van deze verordening wordt een tarief van 90% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura die tevens toereikend is Voor professionals zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 2 sub a nr ii van deze verordening wordt een tarief van 100% van de kostprijs van de voorziening in nature gecompenseerd zoals vastgesteld in de inkoopbeschikking. Voor zorgverleners als bedoeld in artikel 4.2 lid 2 sub b van deze verordening wordt maximaal het maximale geldende CAO tarief vergoed Voor zorgverleners als bedoeld in artikel 4.2 lid 2 sub c van deze verordening geldt hetzelfde tarief als bij sub b van dit lid. Vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij zorg in natura bij de gecontracteerde zorgaanbieders; De hoogte van de vergoeding van een hulpmiddel op basis van het PGB is maximaal 70% van een vergelijkbare en goedkoopste voorziening in natura. Dit is inclusief verzekering en reparatie. Na de afschrijftermijn kan bij blijvende geschiktheid de cliënt in aanmerking komen voor een vergoeding van een WA verzekering en kosten van reparatie indien deze kosten de waarde van de voorziening niet overtreffen. 6.. Het college stelt het pgb voor overige immateriële en materiële maatwerkvoorzieningen vast op maximaal de kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura, waarbij het college er zorg voor draagt dat de cliënt met het pgb in staat is kwalitatief goede ondersteuning in te kopen. 7.. Het college kan het pgb in ieder geval lager vaststellen dan de kostprijs van een materiele maatwerkvoorziening in natura, als in de kostprijs salariskosten zijn begrepen en de cliënt gebruik maakt van ondersteuning in het informele circuit. 8.. Mocht er bij de vaststelling van de hoogte van de PGB er twee tarieven van toepassing zijn, doordat er sprake is van een professional die een familieband deelt met cliënt, dan geldt het primaat van het tarief dat geldt voor zorgverleners die geen professional zijn zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 5 sub c van deze verordening. 9.. Mocht er sprake zijn van een tweede handsvoorziening dan wordt het maximale pgb tarief berekend op basis van de resterende levensduur van de voorziening. 10.. Het college stelt nadere criteria op om te bepalen of er sprake is van professionele ondersteuning door een organisatie of zelfstandige zonder personeel, informele zorg en sociaal netwerk/naaste familie. Hierbij sluit het college waar mogelijk aan bij de kwaliteitscriteria die worden gesteld aan aanbieders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel