Het college kan besluiten tot het weigeren of beëindigen van de schuldhulpverlening indien:
op grond van artikel 3 lid 1 het college de noodzaak niet aanwezig acht;
de cliënt niet of in onvoldoende mate de verplichtingen uit artikel 5 nakomt;
er sprake is van een niet-regelbaar schuldenpakket en/of persoonlijke omstandigheden;
de totale schuldsituatie niet is vast te stellen;
de hoogte van de afloscapaciteit niet is vast te stellen;
de aanvrager of cliënt zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
de aanvrager of cliënt zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;
de aanvrager of cliënt in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;
de aanvrager of cliënt opzettelijk of verwijtbaar fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en hij in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd, tenzij de fraudevordering volledig is betaald;
de aanvrager of cliënt geen -of niet langer inwoner is van de gemeente Zandvoort;
Daarnaast eindigt de schuldhulpverlening als de cliënt het schuldhulpverleningstraject succesvol heeft afgerond.
Artikel 6.
Weigerings- en beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregel Schuldhulpverlening Zandvoort 2024