1. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijke voorzieningen die aangeboden worden door een door de gemeente gecontracteerde derde en gericht zijn op maatschappelijke ondersteuning.
2. Algemene voorzieningen bestaan uit een aanbod van individuele of collectieve ondersteunings- en dagbestedingstrajecten, activiteiten en diensten, die kunnen veranderen indien dit voortvloeit uit de behoefte van inwoners.
3. Een algemene voorziening wordt uitgevoerd door een door de gemeente gecontracteerde derde en is bedoeld om één van de volgende resultaten te bereiken:
a. de inwoner heeft onderdak;
b. de inwoner kan optimaal sociaal en persoonlijk functioneren;
c. de inwoner kan deelnemen aan de samenleving;
d. de inwoner kan zijn financiële huishouding voeren;
e. de inwoner heeft een structuur/ invulling van de dag;
f. de inwoner is verzorgd/voert de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zoveel als mogelijk zelf uit;
g. de mantelzorgers van de inwoner worden tijdelijk ontlast.
4. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.
Artikel 11a. Maatwerkvoorzieningen huishoudelijke hulp en resultaatgebieden
1. Een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp kan toegekend worden om één van de volgende resultaten te bereiken:
a. de inwoner woont in een schoon en leefbaar huis;
b. de inwoner beschikt over goederen voor primaire levensbehoeften;
c. de inwoner beschikt over schone, draagbare en doelmatige kleding en beddengoed;
d. de inwoner zorgt thuis voor kinderen die tot het gezin behoren;
e. de inwoner voert een gestructureerd huishouden.
2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het eerste lid.
Artikel 11b. Maatwerkvoorziening begeleiding
1. Een maatwerkvoorziening begeleiding kan toegewezen worden wanneer de in artikel 11 genoemde resultaten niet behaald kunnen worden met een algemene voorziening. Dit geldt in ieder geval voor:
a. de begeleiding binnen het ontmoetingscentrum dementie;
b. begeleiding en opvang van inwoners waar gezien de aard van de problematiek een aparte voorziening voor getroffen moet worden.
2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het eerste lid.
Artikel 11c. Maatwerkvoorzieningen Ondersteuning met wonen en opvang
1. Een maatwerkvoorziening Ondersteuning met wonen en Opvang kan worden toegekend aan een inwoner met psychische of psychosociale of psychiatrisch ziektebeeld en/of een inwoner die dak- en/of thuisloos is geraakt. De maatwerkvoorziening:
a. ondersteunt de inwoner bij het zich handhaven in de samenleving;
b. levert een passende bijdrage aan de behoefte van de inwoner aan Ondersteuning met wonen of Opvang;
c. realiseert een situatie waarin de inwoner (indien mogelijk) in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
2. Het college kan Ondersteuning met wonen verstrekken aan inwoners:
a. Vanaf minimaal 18 jaar.
b. Waar sprake is van diagnostiek rondom een psychische aandoening of een ernstig vermoeden van een psychische aandoening en/of sprake van psychosociale problematiek. Als diagnose niet mogelijk is moet er sprake zijn van aantoonbaar onvermogen om zichzelf staande te houden in een zelfstandige woning. De diagnose en/of psychosociale problemen zijn vastgesteld door een specialist (BIG geregistreerd) op het gebied van GGZ of Maatschappelijke opvang.
c. Waar geen voorliggende voorzieningen mogelijk zijn (Wlz, Zvw, Jeugdwet, Participatiewet).
d. Waar op het moment van onderzoek geen sprake (meer) is van een klinische behandeling (Zvw) of de klinische behandeling zal binnen uiterlijk 60 dagen eindigen.
e. Die stabiliteit en structuur nodig hebben.
f. Die tijdelijk of nog niet zelfstandig kunnen wonen.
g. Die behoefte hebben aan 24/7 toezicht en/of oproepbaarheid van ondersteuning.
3. Opvang verstrekken aan inwoners waar sprake is van:
a. Dak- en/of thuisloosheid: als gevolg van psychische problemen, schulden, verslaving en/of werkeloosheid heeft de inwoner geen onderdak en adres om te wonen of te logeren.
b. Onvoldoende steunend netwerk: de inwoner heeft geen familieleden, vrienden, kennissen, collega’s en/of buren die praktische, sociale of emotionele steun kunnen bieden.
c. Onvoldoende zelfredzaam zijn: de inwoner heeft onvoldoende vermogen om zichzelf te redden op alle leefgebieden.
4. Het college kan vanaf 16.5 jaar meekijken voor het komen tot een perspectiefplan voor de Wmo vanaf 18 jaar, met als doel om een overgang van Jeugdwet naar Wmo soepel te laten verlopen.
5. Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen over de beoordeling en toekenning van de maatwerkvoorziening Ondersteuning met wonen en Opvang.
Paragraaf 3 Voorzieningen op grond van de Participatiewet en IOAW/IOAZ
Artikel 11.
Algemene voorzieningen op grond van de Wmo
Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn