Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

De voorzieningen

Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn

1. Onder de voorzieningen voor arbeidsinschakeling vallen in ieder geval de volgende voorzieningen: a. Werkervaringstraject b. Proefplaatsing c. Scholing en/of opleiding d. Jobcoaching e. Bemiddeling f. vervallen g. vervallen h. vervallen i. Sociale activering j. Aanpassingen op de werkplek k. Opstapsubsidie l. Loonkostensubsidie 2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel. 3. Het college kan een voorziening in de vorm van een proefplaatsing aanbieden voor de duur van maximaal 2 met de mogelijkheid om deze maximaal 4 maanden te verlengen. Als de proefplaatsing naar het oordeel van het college bijdraagt met het doel om werkervaring op te doen met behoud van uitkering. Het betreft werkervaring in de toekomstige functie bij de werkgever, voorafgaand aan een regulier dienstverband, om daarmee uitval na indiensttreding te voorkomen. 4. Het college biedt een proefplaatsing aan: 1. indien hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en hierdoor geen verdringing van reguliere arbeid plaatsvindt; 2. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en 3. de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 5. Tussen partijen wordt in ieder geval vastgelegd: het doel en de periode van de proefplaatsing en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 6. Het college weigert de voorziening genoemd in lid 3 als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk 7. Als de werkzaamheden op de proefplaatsing wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 8. Het college kan een voorziening in de vorm van Jobcoaching aanbieden als er sprake is van een dienstbetrekking en ondersteuning noodzakelijk is voor het verrichten van taken op de werkplek. Het doel van jobcoaching is het bieden van ondersteuning en begeleiding op de werkplek om ervoor te zorgen dat de werkzaamheden zo zelfstandig mogelijk verricht kunnen worden. 9. Het college kan ambtshalve of op aanvraag persoonlijke ondersteuning in de vorm van jobcoaching aanbieden: a. voor de duur van 12 maanden, tenzij 6 maanden naar het oordeel van het college voldoende is; b. in de vorm van jobcoaching in natura door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van [(de gemeente) OF (een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht)]. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd heeft, biedt het college deze bij voorrang aan; c. in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor jobcoaching door een interne of externe jobcoach; 10. Tussen partijen wordt in ieder geval vastgelegd: het doel en de periode van de jobcoaching en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 11. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: a. de jobcoach heeft een HBO-opleiding met succes afgerond of beschikt over (tenminste) HBO werk- en denkniveau; en b. de jobcoach heeft een opleidingsmodule voor jobcoach gevolgd en een diploma of certificaat behaald; c. de jobcoach van de organisatie, die de externe jobcoach levert, dient te voldoen aan het erkenningskader van het UWV of aan vergelijkbare eisen. Dit dient naar het oordeel van het college op verzoek voldoende te worden aangetoond met bewijsstukken. 12. De tarieven van jobcoaching zijn afhankelijk van de soort jobcoaching die wordt ingezet. Deze tarieven zijn gebaseerd op de normtarieven van het UWV volgens het begeleidingsregime licht a. Voor jobcoaching via een externe of gemeentelijke jobcoach wordt het geldende uurtarief van het UWV gehanteerd. b. Voor jobcoaching via een interne jobcoach in dienst van de werkgever wordt een vast bedrag aan de werkgever toegekend. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat UWV hanteert voor de interne begeleiding bij een werkweek van 24 uur of meer. Indien een werknemer minder dan 24 uur werkt of korter dan 12 maanden, wordt het bedrag naar rato naar beneden bijgesteld. c. Voor jobcoaching tijdens de proefplaatsing geldt een vast bedrag dat overeenkomt met het bedrag dat het UWV hiervoor hanteert. Artikel 13a. Voorzieningen belanghebbende met arbeidsbeperking 1. Naast de voorzieningen genoemd in artikel 13, kan het college een voorziening verstrekken ten behoeve van een belanghebbende met een arbeidsbeperking. Het betreft de voorzieningen: a. persoonlijke ondersteuning bij werk (jobcoaching en interne werkbegeleiding) b. vervoersvoorzieningen c. intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap d. meeneembare voorziening 2. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de belanghebbende, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. 3. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Artikel 13b. Voorwaarden en procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet aanbieden ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Het college kan overige voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet aanbieden ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 3. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, de volgende voorwaarden: a. de persoon is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er naar het oordeel van het college geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel. 4. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. 5. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 6. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 7. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 8. Het college besluit binnen 8 weken op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. 9. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening. Artikel 13c. Persoonlijke ondersteuning in de vorm van interne begeleiding 1. Het college kan voor interne begeleiding een training bieden aan de werkgever indien de belanghebbende met een arbeidsbeperking voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat. 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor één medewerker per belanghebbende om hem interne werkbegeleiding te bieden. Artikel 13d. Vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking op grond van artikel 21 van de verordening niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaatsing of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en is op basis goedkoopst adequaat tarief. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 13e. Intermediaire activiteit 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Artikel 13f. Meeneembare voorziening 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel