Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Maatwerkvoorziening via een pgb

Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn

1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de Jeugdwet en/of artikel 2.3.6 van de Wmo. a. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet kan het college besluiten geen persoonsgebonden budget te verstrekken voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende in een redelijke termijn voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. 2. De hoogte van een persoonsgebonden budget a. wordt bepaald aan de hand van een door een inwoner opgesteld (budget)plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: - Welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassing en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren een inwoner van het budget wil betrekken, en - de omvang en intensiteit van de maatwerkvoorziening die de inwoner bij het budget wil betrekken, en - indien van toepassing, welke hiervan een inwoner wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief: - waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het persoonsgebonden budget toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, - waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; - en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura of de tarieven in artikel 6 van de Nadere regels. c. als het tarief voor de aangevraagde maatwerkvoorziening niet toereikend is, dan wordt door of namens het college ter bepaling van de hoogte van het pgb: - een nader gesprek gevoerd met de aanbieder van de hulp of ondersteuning; - indien nodig één of meerdere offertes opgevraagd. d. en als voor de aangevraagde maatwerkvoorziening geen tarief bepaald is, dan bedraagt de hoogte van het pgb maximaal de kosten van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. 3. Tarieven PGB Wmo regulier worden als volgt berekend: a. de Wmo tarieven, met uitzondering van Ondersteuning met wonen, zijn afgeleid van de tarieven 2015 van Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) die in de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) werden gebruikt voor vergelijkbare ondersteuning. b. de Wmo tarieven zijn per product getoetst aan de tarieven van een groep van vergelijkbare gemeenten, c. deze Wmo-tarieven worden als referentietarief gehanteerd. Het referentietarief kan door het college worden geïndexeerd, d. waarbij wordt uitgegaan van maximaal 100% van het referentietarief voor Wmo begeleiding regulier wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder e. en maximaal 80% van het referentietarief wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional als zzp’er. f. Het tarief voor huishoudelijke ondersteuning geleverd door een professional bedraagt € 22,43 per uur g. Het tarief voor Wmo begeleiding regulier is: - Maximaal € 61,87 per uur als begeleiding geboden wordt door een professional werkzaam bij een zorgaanbieder - Maximaal 80% van 61,87 als begeleiding geboden wordt door een professional als zzp’er. - Voor begeleiding geboden door het sociaal netwerk is de hoogte gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij begeleiding van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. h. Het tarief voor Wmo dagbesteding regulier is: - maximaal € 50,88 per dagdeel als dagbesteding geboden wordt door een professional en de groepsgrootte groter dan vijf personen is of kan zijn - maximaal € 63,08 per dagdeel als dagbesteding geboden wordt door een professional en de groepsgrootte vijf of kleiner dan vijf personen moet zijn vanwege de aanwezige problematiek. - Voor vervoer tot 20 km van en naar dagbesteding kan een bedrag van maximaal € 6,44 per dag aan het budget toegevoegd worden. Bij een afstand van meer dan 20 km van en naar dagbesteding geldt voor de afstand boven de 20 km een tarief van 27 cent per kilometer. i. Het tarief voor kortdurend verblijf is: - Maximaal € 129,56 per dag als kortdurend verblijf geboden wordt door een professional j. Het tarief voor Ondersteuning met wonen is: - Maximaal € 74,82 per uur voor activering leefgebieden - Maximaal € 419,37 per week voor sociaal beheer - Maximaal € 243,67 per week voor veiligheid - Maximaal 328,72 per week voor huisvesting 4. Tarieven PGB jeugdhulp en Ondersteuning met wonen De tarieven jeugdhulp en Ondersteuning met wonen worden vastgesteld op basis van het door het college gecontracteerde tarief in natura waarbij wordt uitgegaan van: - Maximaal 100% van het tarief in natura voor jeugdhulp en Ondersteuning met wonen wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder. 5. Het tarief voor een informeel PGB: - is voor hulp bij het huishouden maximaal gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek FWG15 behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Vanaf 1 maart 2024 is dit uurloon vastgesteld op 19,45 euro per uur. - is voor begeleiding maximaal gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek FWG30 behorende bij hulpverlener van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Vanaf 1 maart 2024 is dit uurloon vastgesteld op 22,63 euro per uur. - de tegemoetkoming voor een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoerings- regeling Wmo 2015 en artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet bedraagt maximaal €141 per kalendermaand bij logeren en vervoer naar de dagbesteding. 6. Tarieven PGB van een zaak worden als volgt berekend: 1. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een cliënt ten behoeve van een zaak (zoals een hulpmiddel, woningaanpassing en autoaanpassing) wordt vastgesteld op basis van de kostprijs van de zaak die de inwoner zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt waarbij rekening wordt gehouden met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. 2. Het college kan voor het bepalen van de kostprijs van de zaak van de inwoner 2 offertes verlangen voor zowel de aanschafprijs van de zaak als het onderhoud, verzekeren en repareren van de zaak voor een periode van 7 jaar. 3. Het college kan vereisen dat voor een zaak verplicht een verzekering wordt afgesloten. 7. Voorwaarden voor de besteding van het pgb Het college verstrekt een pgb aan inwoners onder de voorwaarde dat: a. De inwoner samen met een medewerker van het integraal ondersteuningsteam een verslag of integraal plan opgesteld heeft (tenzij afgezien is van een verslag of integraal plan), waarin benoemd is: - dat een maatwerkvoorziening nodig is; - hoe de inwoner het pgb gaat besteden; - welke resultaten bereikt worden met het pgb en; - wanneer en hoe het plan, inclusief het gebruik van pgb door de inwoner en een medewerker van het team geëvalueerd wordt. b. De inwoner zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen. c. De inwoner naar het oordeel van het integraal ondersteuningsteam voldoende in staat geacht wordt om, al dan niet met ondersteuning van mensen uit zijn sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, de taken, die aan het pgb verbonden zijn, op een verantwoorde manier uit te voeren conform de checklist pgb-vaardigheid (www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/persoonsgebonden-budget-pgb) d. De persoon of organisatie die de inwoner vertegenwoordigt, is niet ook uitvoerder van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht, tenzij dit, gezien de situatie van de inwoner, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college aanvaardbaar is. e. De ondersteuning die met het pgb ingekocht wordt naar het oordeel van het integraal ondersteuningsteam veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. f. De pgb-beheerder is niet tevens zorgaanbieder/zorgverlener, diens vast/flexibel personeel, diens organisatieadviseur of op andere wijze aan de zorgaanbieder verbonden persoon, met uitzondering van situaties waarin familieleden in de eerste of tweede graad (een deel van) de zorg verlenen. g. Het pgb is bedoeld om ondersteuning in te kopen. Hierbij gelden een aantal aanvullende voorwaarden: 1. Het pgb mag niet (apart) besteed worden aan reiskosten voor hulpverleners, administratiekosten, bemiddelingskosten of kosten voor belangenbehartiging. 2. Vervoerskosten van de inwoner van en naar dagactiviteiten zijn onderdeel van het pgb indien het organiseren daarvan niet van de inwoner zelf verwacht kan worden. 3. Budgethouders kunnen geen vaste maandlonen afspreken met hun zorgverleners, omdat anders onvoldoende kan worden nagegaan of het PGB doelmatig wordt gebruikt. 4. Een feestdagenuitkering kan niet uit het PGB worden betaald. 5. Een verantwoordingsvrij bedrag wordt niet bij een PGB gehanteerd. h. De inwoner aan wie een pgb verstrekt wordt, kan alleen hulp of ondersteuning betrekken van personen die tot zijn sociaal netwerk behoren, als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: 1. de inzet van het sociaal netwerk geen gebruikelijke hulp en/of mantelzorg betreft, zoals om- schreven in bijlage 4 van de Nadere regels; 2. de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning; 3. de geboden hulp of ondersteuning is passend, adequaat en veilig; 4. de personen uit het sociaal netwerk die de hulp of ondersteuning gaan bieden, hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de verantwoordelijkheden die hieraan verbonden zijn en; 5. bij de personen uit het sociaal netwerk die de hulp of ondersteuning gaan bieden, is geen sprake van dreigende overbelasting. 6. De inwoner aan wie een pgb wordt toegekend, kan alleen ondersteuning betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren, wanneer het gaat om huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf. Onder de jeugdwet geldt dat dagactiviteiten niet geleverd kunnen worden door het sociaal netwerk i. Het is niet toegestaan het budget voor professionele begeleiding in te zetten voor begeleiding door een niet gekwalificeerd persoon uit het sociale netwerk. j. Het budget mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen k. Het budget kan gedurende het jaar naar behoefte flexibel worden ingezet. Lid 8 Vervallen Lid 9 Vervallen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel