Artikel 8. Algemeen
1. De begrippen die in de nadere regels over terugvordering gebruikt worden en die niet nader omschreven worden, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW/IOAZ, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verordening.
2. De bepalingen in deze paragraaf van de nadere regels zijn naast de terugvordering van een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW/IOAZ en Bbz 2004 ook van toepassing op een boete en een bijdrage op basis van de Wet kinderopvang en de kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp).
Artikel 9. Gebruikmaking wettelijke bevoegdheid
1. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
a. het herzien dan wel intrekken van het recht op een uitkering, indien de uitkering tot een te hoog bedrag of ten onrechte is verleend;
b. het invorderen en bruteren van te veel of ten onrechte verleende uitkering.
2. Van het bepaalde in lid 1 sub b wordt afgezien als het terug te vorderen bedrag lager is dan € 125,00 er geen andere terugvorderingen openstaan én de terugvordering niet meer verrekend kan worden met de periodieke uitkering voor de kosten van levensonderhoud inclusief vakantiegeld.
Artikel 10. Uitzonderingen die voortvloeien uit jurisprudentie
1. In afwijking van artikel 9 lid 1 vordert het college een door haar na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering, pgb of maatwerkvoorziening niet terug, voor zover deze uitkering, pgb of maatwerkvoorziening ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen.
2. In afwijking van artikel 9 aanhef en onder b wordt de terugvordering beperkt, bij het niet correct nakomen van de inlichtingenplicht die betrekking heeft op een overschrijding van het vrij te laten vermogen op basis van de Participatiewet, tot het bedrag dat te veel verstrekt zou zijn als de inlichtingenplicht wel correct nagekomen was. De uitkering wordt dan niet over de gehele periode van de schending van de inlichtingenplicht herzien/ingetrokken en teruggevorderd.
3. Een terugvordering wordt niet gebruteerd als de vordering is ontstaan buiten toedoen van de belanghebbende en hem niet verweten kan worden dat de betaling van de schuld niet voldaan is in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.