Artikel 15. Algemeen
Kwijtschelding is niet mogelijk bij:
a. boetevorderingen waarbij sprake is van opzet of grove schuld en fraudevorderingen waarbij een boete is opgelegd of aangifte is gedaan;
b. vorderingen die gedekt worden door pand of hypotheek voor zover die vorderingen op die zaken verhaald kunnen worden;
c. bijstand welke verstrekt is in de vorm van een lening;
d. vorderingen die zijn ontstaan, omdat belanghebbende later met betrekking tot dezelfde periode over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
Artikel 16. Kwijtschelding van vorderingen en afzien van terugvorderingen die niet het gevolg zijn van schenden inlichtingenplicht.
1. Het college kan na een schriftelijk verzoek van de belanghebbende een vordering geheel of gedeeltelijk kwijtschelden als de belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen voldaan heeft;
b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen voldaan heeft, maar het achterstallige bedrag over die periode, met de daarover eventueel verschuldigde rente en kosten, alsnog voldoet;
c. gedurende tien jaar geen betalingsverplichtingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment gaat verrichten.
2. Een besluit om een vordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, als bedoeld in lid 1 sub c. wordt genomen na individuele beoordeling, waarbij het niet (verder) kunnen terugbetalen niet aan de belanghebbende te wijten is.