Artikel 19. Woningsanering
1. Het college kan onder de volgende voorwaarden een vergoeding verstrekken voor een woningsanering:
a. er moet een acute noodzaak voor een woningsanering vastgesteld zijn, vanwege caraklachten in verband met een allergie voor huisstof of huisstofmijt;
b. de woningsanering moet binnen één jaar nadat voor de eerste keer allergie voor huisstof of huisstofmijt vastgesteld is, aangevraagd zijn;
c. bij de aanschaf van de huidige vloer- en raambedekking mag geen sprake geweest zijn van een (verwachte) noodzaak tot vervanging en mag de huidige woning niet eerder door de inwoner gesaneerd zijn op grond van de Wmo of andere wet- en regelgeving.
2. Als voldaan is aan de in lid 1 genoemde voorwaarden, dan kunnen de volgende voorzieningen verstrekt worden:
a. vervanging vloerbedekking woonkamer en één slaapkamer voor maximaal
€ 35 per vierkante meter (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en btw);
b. vervanging raambekleding woonkamer voor maximaal € 400;
c. vervanging raambekleding één slaapkamer voor maximaal € 150.
3. De afschrijvingstermijnen bij woningsanering zijn als volgt:
a. het artikel is nieuwer dan 1 jaar: 7/7 van bovengenoemde kosten;
b. het artikel is tussen de 1 en 2 jaar oud: 6/7 van bovengenoemde kosten;
c. het artikel is tussen de 2 en 3 jaar oud: 5/7 van bovengenoemde kosten;
d. het artikel is tussen de 3 en 4 jaar oud: 4/7 van bovengenoemde kosten;
e. het artikel is tussen de 4 en 5 jaar oud: 3/7 van bovengenoemde kosten;
f. het artikel is tussen de 5 en 6 jaar oud: 2/7 van bovengenoemde kosten;
g. het artikel is tussen de 6 en 7 jaar oud: 1/7 van bovengenoemde kosten.
Artikel 20. Primaat verhuizen
1. Als de kosten voor een woningaanpassing hoger zijn dan € 7.500, dan geldt het primaat verhuizen.
2. Als een woning volledig aanpasbaar is, maar de kosten hiervan het primaat overstijgen, dan is het mogelijk de van toepassing zijnde verhuiskostenvergoeding eenmalig uit te keren. Voorwaarde hiervoor is dat de inwoner met een beperking de woning volledig aan laat passen, er worden geen andere woonvoorzieningen meer verstrekt anders dan die ook in een geschikte woning nodig zouden zijn geweest.
Artikel 21. Verhuiskosten
1. De vergoeding voor verhuis- en stofferingskosten wordt als volgt vastgesteld:
a. € 1100 voor de verhuizing;
b. € 1100 voor de stoffering van woonkamer en keuken;
c. € 550 voor de stoffering van elke slaapkamer.
2. Kosten van tijdelijke huisvesting op basis van de werkelijke kosten, met een maximum van:
a. bij zelfstandige woonruimte: het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub a van de Wet op de huurtoeslag;
b. bij niet-zelfstandige woonruimte: het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub b van de Wet op de huurtoeslag.
Artikel 22. Onderhoud, keuring en reparatie van een woonvoorziening
1. Verstrekking van een voorziening voor onderhoud, keuring en reparatie van een woonvoorziening vindt plaats:
a. in natura als de betreffende woonvoorziening in bruikleen verstrekt is;
b. als pgb als onderdeel van het te verstrekken pgb voor de betreffende woonvoorziening;
c. als pgb als de woonvoorziening eerder op basis van de verordening of hiermee vergelijkbare voorafgaande wetgeving in eigendom verstrekt is.
2. Voor de kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering van woonvoorzieningen die als pgb verstrekt zijn, kan jaarlijks een bedrag verstrekt worden van maximaal 7% van het verstrekte pgb.
Artikel 23. Aanpassing van badkamer en keuken
Als de noodzaak voor aanpassing van de keuken en/of badkamer is komen vast te staan en de huidige keuken en/of badkamer nog niet afgeschreven zijn, dan kan er een vergoeding worden verstrekt.
Artikel 24. Vervoerskosten
1. Het college kan onder de volgende voorwaarden een autokostenvergoeding verstrekken:
a. de inwoner gebruikt de auto aantoonbaar meer dan 2000 kilometer per jaar;
b. er zijn geen andere (voorliggende) voorzieningen die de vervoersbeperking van de inwoner kunnen oplossen.
2. Alles boven de 2000 kilometer kan tot maximaal 2000 kilometer vergoed worden, hierbij geldt een kilometertarief van € 0,30 per kilometer, de maximale jaarlijkse vergoeding komt hierdoor uit op € 600.
3. Het college kan onder de volgende voorwaarden een autokostenvergoeding verstrekken aan inwoners met een vervoersbeperking, waarbij het CVV (collectief en/of individueel) geen adequate oplossing biedt en geen andere oplossingen mogelijk zijn:
a. het gaat om wezenlijke contacten en;
b. tegenbezoek van deze contacten is onmogelijk.
4. Afhankelijk van de vervoersbehoefte kan aan de in lid 3 genoemde inwoners maximaal € 600 per jaar aan vergoeding verstrekt worden.
5. Een inwoner waarbij het CVV een adequate oplossing biedt, kan per kalenderjaar in aanmerking komen voor maximaal 1800 kilometers.
Artikel 25. Sportvoorziening
1. Een sportvoorziening wordt maximaal eens in de drie jaar verstrekt en bedraagt maximaal € 4000 inclusief aanschaf, onderhoud, reparatie en verzekering.
2. Als nog geen sprake is van actieve sportbeoefening, dan kan de inwoner een vergoeding van maximaal € 4000 ontvangen voor de huur van sporthulpmiddelen gedurende een proefperiode van maximaal zes maanden.
3. De inwoner kan alleen een vergoeding voor de huur van de sportvoorziening ontvangen als de gecontracteerde leveranciers van de gemeente de sportvoorziening niet tijdelijk kunnen leveren.
Artikel 25a. Huishoudelijke hulp
1. Het college kan een maatwerkvoorziening verstrekken aan inwoners met een beperking bij het voeren van een huishouden.
2. Als de maatwerkvoorziening verstrekt wordt in de vorm van zorg in natura, dan vindt de hulp plaats binnen resultaatgebieden zoals omschreven in artikel 11a van de verordening en op basis van bijlage 1 en 2 die bij deze nadere regels is opgenomen.
3. Als de maatwerkvoorziening verstrekt wordt in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb), dan worden de te behalen resultaten omgerekend naar uren op basis van bijlage 1 en 2 die bij deze Nadere regels zijn opgenomen.
Artikel 25b. Begeleiding
1. Het college kan een algemene voorziening en/of een maatwerkvoorziening begeleiding verstrekken aan inwoners die een beperking hebben bij hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
2. Dit kan zowel in de vorm van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening natura of een pgb.
3. De resultaatgebieden voor deze ondersteuning staan in bijlage 3 die bij deze nadere regels is opgenomen.
Artikel 3.2
Maatwerkvoorzieningen Wmo
Onderdeel van Nadere regels sociaal domein Alphen aan den Rijn